RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15.063321.22 (P) Uitspraakdatum: 21 juni 2022 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 juni 2022 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum en -plaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Rienks en van hetgeen de verdachte en haar raadsman, mr. J.J. Jorna, advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 13 maart 2022 te Julianadorp, gemeente Den Helder, opzettelijk brand heeft gesticht in haar woning (van Stichting [naam 1] en/of Vastgoedbedrijf [naam 2]), door open vuur in aanraking te brengen met (de bekleding van) één of meer zitbank(en) in de woonkamer en/of daarop liggende kussens en/of andere voorwerpen, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan een of meer goederen in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten nabij gelegen woning(en), en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te weten (onder andere) bewoners van de nabij gelegen woning(en), te duchten was. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Standpunten van partijen 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en acht de verdachte daarvoor strafbaar. Het door een psycholoog opgestelde Pro Justitia rapport biedt \onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat het ten laste gelegde feit niet of verminderd aan de verdachte kan worden toegerekend. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat op grond van de inhoud van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte (opzettelijk)brand heeft gesticht. 3.3 Vrijspraak Op basis van het dossier en de behandeling op de terechtzitting van 7 juni 2022 kan worden vastgesteld dat op 13 maart 2022 brand heeft gewoed in de woning van de verdachte aan de [adres]. Zowel bij de politie als ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zij buiten een sigaret stond te roken op het moment dat de brand ontstond. Zij hoorde toen ze buiten stond een harde knal en zag daarna een grote vlam. Voordat zij naar buiten ging, was er volgens haar nog geen brand in de woning. In de woning van de verdachte is door verbalisant [naam 3], deskundige brandonderzoek, een sporenonderzoek naar het verloop en de oorzaak van de brand uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek heeft de onderzoeker slechts kunnen concluderen dat de brand is ontstaan op de benedenverdieping van de woning. Een duidelijke brandoorzaak kon niet meer worden vastgesteld. De deskundige sluit een technisch/elektrische oorzaak voor de brand niet uit. Ook uit de overige bevindingen in het dossier blijkt niet hoe de brand is ontstaan. Nu niet kan worden vastgesteld hoe de brand is ontstaan en of daarbij sprake was van brandstichting, kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen. In het licht van het voorgaande komt de rechtbank niet meer toe aan de vraag of de verdachte opzet heeft gehad op brandstichting. De rechtbank is dus van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. 4Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. de Regt, voorzitter, mr. H.D. Overbeek en mr. M.C.J. Lommen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 juni 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.