← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:5740

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9365008 \ CV EXPL 21-5124 Uitspraakdatum: 15 juni 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3],
  3. [eiser 4], allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde DAS Rechtsbijstand tegen de buitenlandse rechtspersoon Limited Company (Turkije) Turk Havayollari A.O. statutair gevestigd te Ankara (Turkije) gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. H. Bulut-Yazir 1Het procesverloop 1.
  4. De passagiers hebben bij dagvaarding van 22 juli 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft een incident tot onbevoegdheid genomen. 1.
  5. De passagiers hebben hierop bij brief van 1 november 2021 aangegeven te procedure te willen intrekken. De vervoerder heeft bij e-mail van 10 maart 2022 aangegeven niet in te stemmen met het verzoek van de passagiers. 2De vordering 2.
  6. De passagiers vorderen bij dagvaarding dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 107,60 aan gevolgschade - € 375,70 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente. 2.
  7. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht van Brussel (België) naar Istanbul (Turkije) gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 2.400,
  8. Daarnaast dient de vervoerder de gevolgschade, te weten kosten voor treinkaartjes ter hoogte van € 107,60 te vergoeden. 3De beoordeling 3.
  9. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een procedure alleen op verzoek van beide partijen wordt doorgehaald. Dit is in deze procedure niet het geval. De vervoerder heeft bij e-mail van 10 maart 2022 aangegeven niet akkoord te gaan met doorhaling, onder de voorwaarde van de passagiers dat iedere partij de eigen kosten draagt. De vervoerder heeft immers werkzaamheden verricht in het kader van een incident. Hierna hebben de passagiers besloten de procedure in te trekken. De kosten die de vervoerder heeft gemaakt dienen voor rekening te komen van de passagiers, aldus de vervoerder. 3.
  10. Gelet op bovenstaande kan geen doorhaling plaatsvinden, maar dient vonnis te worden gewezen. De kantonrechter is met de vervoerder van oordeel dat de proceskosten in de onderhavige procedure voor rekening van de passagiers dienen te komen. Het verzoek om intrekking van de procedure is immers pas gedaan nadat de vervoerder een incident tot onbevoegdheid heeft genomen. De proceskosten worden, gelet op het incident, vastgesteld op een bedrag van € 75,
  11. De akte uitlating komt niet voor vergoeding in aanmerking aangezien het gaat om een akte zonder bijzondere inhoud. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  12. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op € 75,
  13. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.