← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:5741

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9559634 \ CV FORM 21-7889 Uitspraakdatum: 29 juni 2022 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]

  1. [eiser 2] beiden wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Austrian Airlines A.G., gevestigd te Vienna Airport, Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.A. Pluijm 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad; het antwoordformulier (formulier C), tevens houdende een incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid, ingekomen ter griffie van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad; het antwoord in het incident; de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad waarin in het incident het verzoek wordt toegewezen en de zaak is verwezen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. 2Het verzoek en het verweer 2.
  2. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van € 1.275,63, de kantonrechter begrijpt dat de passagiers de kosten van een vervangende vlucht, na annulering van de vlucht van de vervoerder, vorderen. 2.
  3. De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 3De beoordeling 3.
  4. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 3.
  5. De kantonrechter heeft geen acht geslagen op het in de laatste akte van de passagiers opgenomen commentaar. De passagiers zijn door de kantonrechter te rechtbank Midden-Nederland, in de gelegenheid gesteld om zich over het (bevoegdheids)incident uit te laten en niet om nog te reageren in de hoofdzaak. De Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) beoogt immers de grensoverschrijdende procesvoering in de Europese Unie te vereenvoudigen en te bespoedigen en de kosten er van te verminderen. Om dit te realiseren schrijft de verordening een relatief eenvoudige procedure voor, die grotendeels moet verlopen door middel van standaardformulieren. De procedure inzake EPGV-vorderingen bestaat dan ook uit één schriftelijke ronde. 3.
  6. De kantonrechter gaat voorbij aan het primaire verweer van de vervoerder en overweegt daartoe dat de passagiers een procesvolmacht hebben overgelegd en dat zij daarnaast worden bijgestaan door een rechtsbijstandsverzekeraar. Gelet hierop en de bijgevoegde producties is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de passagiers DAS, en niet slechts één medewerker van DAS, hebben ingeschakeld om namens hun te procederen. De passagiers zijn dan ook ontvankelijk in hun vordering. 3.
  7. De vervoerder heeft subsidiair aangevoerd dat de passagiers niet hebben voldaan aan hun stelplicht. De kantonrechter overweegt het volgende. De passagiers beroepen zich op een beoogd rechtsgevolg. Dat betekent dat zij ingevolge artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering daarvan de stelplicht en de bewijslast dragen. De passagiers dienen dan ook voldoende concrete aanknopingspunten te verstrekken, zodat de vervoerder zich daartegen kan verweren. De kantonrechter stelt vast dat de passagiers in het A-formulier slechts stellen ‘Kosten van een vervangende vlucht na annulering van vlucht Austrian Airlines.’ De passagiers hebben geen feiten dan wel gronden van hun vordering vermeld. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder hierdoor in zijn verweermogelijkheden is geschaad. Voor de vervoerder (en ook de kantonrechter) is immers niet duidelijk; welke vlucht zou zijn geannuleerd, op welke datum, welke vervangende vlucht de passagiers hebben genomen dan wel op welke grondslag de passagiers hun vordering baseren. Het enkel toevoegen van producties zonder hierop een beroep te doen en zonder hiernaar te verwijzen is niet voldoende. Zoals reeds overwogen betreft de EPGV een eenvoudige procedure waarbij één schriftelijke ronde de regel is. Het had dan ook op de weg van de passagiers gelegen om hun vordering bij het A-formulier deugdelijk te onderbouwen. Nu de passagiers dit hebben nagelaten hebben zij niet voldaan aan hun stelplicht en wordt de vordering afgewezen. 3.
  8. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  9. wijst het verzochte af; 5.
  10. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 187,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 93,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.