← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:6225

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/308873 / HA ZA 20-676 Vonnis van 20 juli 2022 in de zaak van

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] B.V., gevestigd te [plaats 1],
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VRIEND FLOWER BULBS B.V., gevestigd te [plaats 1], eiseressen, advocaat mr. J.J. Kunst te Hoorn (NH), tegen
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [plaats 2],
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VRIEND TULIPS B.V., gevestigd te [plaats 2], gedaagden, advocaat mr. E.C.N. Sweep te Haarlem. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1Het verzoek tot verbetering 1.
  5. Bij brief van 1 juli 2022 is namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 29 juni 2022 in deze zaak gewezen vonnis. Namens [gedaagde] is aangevoerd dat in r.o. 2.14 een kennelijke rekenfout is gemaakt die doorwerkt in de beslissingen in r.o. 2.15, 2.27 en 2.28 en in het dictum. Verzocht wordt om de onjuiste berekening en de rechtsoverwegingen alsmede het dictum waarin deze rekenfout doorwerkt te corrigeren. 1.
  6. De rechtbank heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 8 juli 2022 heeft mr. Kunst namens [eiser] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben. Namens [eiser] wordt aangevoerd dat herstel zou gaan om een (her)beoordeling die aanmerkelijk verder gaat dan die waarvoor artikel 31 Rv ruimte biedt. Ter toelichting merkt hij op dat het bedrag waarvan [gedaagde] stelt dat er een rekenfout zou zijn gemaakt (€ 11 .438,80) enkel ziet op de betaalde en ontvangen omzetbelasting over de eerste twee kwartalen van
  7. De teruggaven in het derde en het vierde kwartaal en de wijze waarop die zijn toegerekend in de bankmutatielijsten zijn hier niet bij betrokken c.q. daarin verwerkt. Om te kunnen beoordelen hoe er over heel 2019 moet worden afgerekend - en in het verlengde daarvan of er een rekenfout is gemaakt - is logischerwijs nodig dat ook de (wijze van toerekening van de) teruggaven van de omzetbelasting in het derde en het vierde kwartaal van 2019 daarbij worden betrokken. Voorts merkt [eiser] op dat in het vonnis ten onrechte is vermeld dat hij tegen de stelling van [gedaagde] die ten grondslag ligt aan de berekening geen verweer zou hebben gevoerd. Gesteld wordt dat [eiser] hiertegen ter zitting gemotiveerd verweer heeft gevoerd. Volgens [eiser] zou een eventuele verbetering tot gevolg moeten hebben dat [gedaagde] aan hem niet € 8.263,97 zou moeten betalen maar een bedrag van € 19.702,
  8. 2De beoordeling 2.
  9. De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel namens [gedaagde] terecht is opgemerkt dat in r.o. 2.14 een rekenfout is gemaakt, wordt op grond van hetgeen overigens is opgemerkt vastgesteld dat de fout en de context waarin deze is gemaakt van dien aard is dat deze zich niet leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen. 3De beslissing De rechtbank wijst het verzoek om verbetering van het op 29 juni 2022 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 20 juli
  10. type: 1155 coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.