RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9716400 \ CV EXPL 22-1088 Uitspraakdatum: 20 juli 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Energyhouse B.V. gevestigd te Amsterdam eiseres verder te noemen: Energyhouse gemachtigde: mr. F.E.A.M. Sanders tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] De zaak in het kort In deze zaak verschillen partijen van mening over de in rekening gebrachte opzegvergoeding wegens het voortijdig beëindigen van een energiecontract. De kantonrechter oordeelt dat de energieleverancier ten onrechte is uitgegaan van de regeling die geldt voor een zakelijke overeenkomst. De verlengingsovereenkomst staat in tegenstelling tot de eerdere leveringsovereenkomst op naam van een particulier en ook is aangevinkt dat het gaat om privé-levering van gas en elektriciteit. Daarom geldt de regeling die ziet op een consument. De in de leveringsovereenkomst opgenomen opzegvergoeding voor consumenten is redelijk, en moet worden betaald. 1Het procesverloop 1.
- Energyhouse heeft bij dagvaarding van 22 februari 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- Op 27 juni 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Energyhouse heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Energyhouse per brief van 10 juni 2022 nog stukken toegezonden. 2De feiten 2.
- Tussen partijen is op 13 oktober 2015 een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit tot stand gekomen voor de duur van drie jaar, ingaande op 1 november 2015 en eindigend op 31 december
- Op de overeenkomst staat als contractant [bedrijfsnaam] vertegenwoordigd door [gedaagde] vermeld. 2.
- Op grond van deze overeenkomst is de opzegtermijn een maand en is bij vroegtijdige beëindiging een opzegvergoeding verschuldigd, die voor een consument € 75,00 bedraagt als sprake is van een resterende looptijd tussen de 1,5 en 2 jaar. Bij kleinzakelijke afnemers bedraagt de opzegvergoeding volgens de overeenkomst het verschil tussen de waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijs op het moment van beëindigen en de resterende waarde van de overeenkomst, plus een administratieve vergoeding van € 50,
- 2.
- Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers van toepassing verklaard. Op grond van artikel 21.3 van deze algemene voorwaarden kan Energyhouse een opzegvergoeding in rekening brengen als de overeenkomst wordt beëindigd voor de vaste einddatum. De hoogte van de opzegvergoeding is opgenomen in onderdeel 15 van de productvoorwaarden. 2.
- [gedaagde] heeft op 21 februari 2018 een verlengingsvoorstel ontvangen, dat hij op 23 februari 2018 voor akkoord heeft ondertekend. Het verlengingsvoorstel is gericht aan en ziet op de duur van drie jaar vanaf 1 januari
- 2.
- [gedaagde] heeft de verlengingsovereenkomst beëindigd per 28 maart
- 2.
- Energyhouse heeft op 30 april 2020 een eindafrekening opgemaakt van € 3.334,
- Onderdeel van de eindafrekening is een opzegvergoeding van € 2.483,
- 2.
- Op 6 mei 2020 heeft [gedaagde] € 850,44 betaald aan Energyhouse, zijnde het deel van de eindafrekening dat betrekking heeft op het verbruik van gas en elektriciteit. De opzegvergoeding heeft [gedaagde] niet betaald. 3De vordering 3.
- Energyhouse vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 3.215,09, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en proceskosten. 3.
- Energyhouse legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat de tussen partijen gesloten leveringsovereenkomst is verlengd met ingang van 1 januari 2019 onder dezelfde voorwaarden en voor de duur van drie jaar. Het betreft een zakelijke overeenkomst die [gedaagde] vroegtijdig heeft opgezegd. Energyhouse kan daarom op grond van de algemene voorwaarden en de bijbehorende productvoorwaarden een opzegvergoeding in rekening brengen. Dit heeft zij gedaan, omdat zij zeer nadelige gevolgen ondervindt van het vroegtijdig beëindigen van de overeenkomst. [gedaagde] heeft de eindafrekening van € 3.334,14, waaronder de opzegvergoeding, ook na aanmaning niet betaald. Energyhouse maakt daarom ook aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 372,56 en de wettelijke handelsrente, die tot heden € 358,83 bedraagt. Op de vordering strekt het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 850,44 in mindering. 4Het verweer 4.
- [gedaagde] betwist de vordering. Hij heeft de in de eindafrekening opgenomen kosten voor gas en elektriciteit betaald, maar is het niet eens met de opzegvergoeding. Op het verlengingsvoorstel staat een opzegtermijn van een maand vermeld en ook blijkt daaruit dat het gaat om privé-verbruik van gas en elektriciteit. Verder betwist [gedaagde] dat Energyhouse schade heeft als gevolg van de voortijdige beëindiging. [gedaagde] heeft de overeenkomst beëindigd, omdat hij zijn woning heeft verkocht, maar op zijn advies hebben de kopers een contract gesloten met Energyhouse. De energielevering is dus voortgezet. [gedaagde] kon het contract niet meenemen, omdat hij geen energie hoefde af te nemen wegens een tijdelijke verhuizing naar een vakantiewoning. Daarbij heeft [gedaagde] nog steeds voor zijn zakelijke activiteiten op een ander adres een leveringsovereenkomst met Energyhouse. 5De beoordeling 5.
- Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] de opzegvergoeding aan Energyhouse is verschuldigd. Energyhouse beroept zich op de tussen partijen gesloten overeenkomsten (de leveringsovereenkomst uit 2015 en de verlengingsovereenkomst uit 2018) en de algemene voorwaarden voor de levering aan kleinverbruikers, in samenhang met de bijbehorende productvoorwaarden. [gedaagde] vindt de opzegvergoeding disproportioneel, betwist het nadeel dat Energyhouse bij de beëindiging zou ondervinden en wijst erop dat bij de verlenging een overeenkomst met hem als particulier is gesloten. 5.
- De kantonrechter stelt vast dat de verlengingsovereenkomst, anders dan de eerdere leveringsovereenkomst, niet op naam staat van [bedrijfsnaam] , het bedrijf van [gedaagde] , maar op naam van [gedaagde] zelf staat. Ook is in de verlengingsovereenkomst aangevinkt dat het gaat om privé-levering van gas en elektriciteit. Daaruit maakt de kantonrechter op dat daar waar partijen bij de oorspronkelijke leveringsovereenkomst een zakelijk contract hebben gesloten, zij bij de verlenging een overeenkomst met [gedaagde] als particulier, dus een consumentenovereenkomst, zijn aangegaan. 5.
- Hoewel Energyhouse heeft aangevoerd dat het niet mogelijk is een zakelijke overeenkomst te verlengen naar een consumentenovereenkomst, heeft zij dit niet nader onderbouwd. Dat had wel op haar weg gelegen. Dat geldt te meer omdat uit de oorspronkelijke leveringsovereenkomst blijkt dat deze wordt gebruikt voor zowel zakelijke als particuliere afnemers. In deze overeenkomst staat bijvoorbeeld dat particuliere overeenkomsten binnen de ontbindingstermijn van veertien dagen kunnen worden herroepen zonder opgave van redenen. Ook heeft deze overeenkomst in de regeling over vroegtijdige beëindiging onderscheid gemaakt tussen een consument en een kleinzakelijke afnemer. Op deze overeenkomst, die dus voor particuliere en zakelijke afnemers wordt gehanteerd, zijn de algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Deze algemene voorwaarden, waarop door Energyhouse een beroep wordt gedaan, worden dus tevens gebruikt voor overeenkomsten met particuliere afnemers. 5.
- Ook als het niet mogelijk is om te verlengen van zakelijk naar een overeenkomst als particulier, is dit door ondertekening van de verlengingsovereenkomst in dit geval wel gebeurd. Vastgesteld wordt daarom dat sprake is van een consumentenovereenkomst. Dat het verbruik aanzienlijk hoger is dan van een gemiddelde consument, doet niet af aan de vaststelling dat partijen met de verlenging zo’n overeenkomst hebben gesloten. 5.
- Op grond van de overeenkomsten en de algemene voorwaarden kan de overeenkomst maandelijks worden opgezegd, maar kan bij vroegtijdige beëindiging een opzegvergoeding in rekening worden gebracht. In de leveringsovereenkomst is daarvoor, zoals overwogen, een regeling opgenomen voor een consument en voor een kleinzakelijke afnemer. Omdat is vastgesteld dat partijen bij de verlenging een particuliere overeenkomst hebben gesloten, geldt de opzegvergoeding die is gebaseerd op de regeling voor een consument. Energyhouse heeft dan ook ten onrechte een opzegvergoeding berekend die is gebaseerd op een kleinzakelijke afnemer. 5.
- Bij vroegtijdige opzegging door een consument geldt een opzegvergoeding van € 75,00 als de resterende looptijd tussen de anderhalf jaar en twee jaar bedraagt, waarvan hier sprake is. De kantonrechter acht deze opzegvergoeding in dit geval niet onevenredig hoog. Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde] deze opzegvergoeding dan ook verschuldigd geworden. De vordering van Energyhouse is tot dat bedrag toewijsbaar en zal voor het overige worden afgewezen. 5.
- De buitengerechtelijke werkzaamheden zijn gebaseerd op een onjuiste vordering. De gevorderde incassokosten worden daarom afgewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst. Het mindere, de wettelijke rente, zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis. Van een eerdere verzuimdatum is niet gebleken, aangezien de ingebrekestellingen uitgaan van een onjuiste vordering. 5.
- Omdat partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Energyhouse van € 75,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling; 6.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter