RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9705860 \ CV EXPL 22-1048 Uitspraakdatum: 27 juli 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap [bedrijfsnaam eiseres] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] eiseres verder te noemen: [eiseres] gemachtigde: Mr. S.S. van Gijn tegen de besloten vennootschap Zuidhof Projecten B.V. gevestigd te Bergen (NH) gedaagde verder te noemen: Zuidhof gemachtigde: mr. M. Verhoog 1Het procesverloop 1.
- [eiseres] heeft bij dagvaarding van 16 februari 2022 een vordering tegen Zuidhof ingesteld. Zuidhof heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend. [eiseres] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering. 1.
- Op 5 juli 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Zuidhof per brief van 24 juni 2022 een akte wijziging van eis en nog stukken toegezonden. 2De feiten 2.
- Zuidhof is (mede-)eigenaar van een perceel grond met opstallen in Schoorl waarop 12 recreatiewoningen zijn gerealiseerd. In een van deze recreatiewoningen (de voormalige woning van de beheerder) bevond zich asbest, waarna door de gemeente een bouwstop is opgelegd. 2.
- Zuidhof heeft vervolgens [eiseres] ingeschakeld. 2.
- Op 10 april 2019 heeft Bolier Advies en Sloopbegeleiding in opdracht van [eiseres] een asbestinventarisatie uitgevoerd ten behoeve van Zuidhof, waarvan op 15 april 2019 een rapport is opgesteld. Daaruit blijkt dat er asbest is geconstateerd in onder andere de beglazingskit in de buitenkozijnen, een dorpel en vensterbanken. 2.
- [eiseres] heeft een sloopmelding van de saneringswerkzaamheden gedaan. De gemeente Bergen heeft de sloopmelding op 18 april 2019 geaccepteerd. 2.
- [eiseres] heeft op 19 april 2019 een offerte uitgebracht aan Zuidhof voor het uitvoeren van de saneringswerkzaamheden aan de recreatiewoning. De offerte is door Zuidhof geaccepteerd. 2.
- In de offerte staat onder meer opgenomen: “Bron 3 - Beglazingskit - 13 stuks - in risicoklasse
- Alle kozijnen in buitengevel. Kozijnen worden bij saneren behouden, glas wordt verwijderd.” “Niet in de prijs opgenomen: (…) Herstelwerkzaamheden na verwijderen asbest” “Opdrachtgever kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor (water)schade aan eigendommen van opdrachtgever of derden welke binnen het werkgebied bevinden.”. 2.
- [eiseres] heeft de saneringswerkzaamheden tussen 23 april en 3 mei 2019 uitgevoerd en daarvan een asbestmelding gedaan. 2.
- Flamant Laboratory B.V. heeft in opdracht van [eiseres] op 23 april 2019 een visuele inspectie uitgevoerd en een eindrapport opgesteld. 2.
- [eiseres] heeft voor de asbestinventarisatie op 19 april 2019 een factuur van € 1.936,00 inclusief BTW aan Zuidhof verstuurd en voor de saneringswerkzaamheden op 8 mei 2019 een factuur van € 15.955,06 inclusief BTW. Zuidhof heeft de facturen niet betaald. 2.
- Zuidhof heeft aan [eiseres] gemeld dat schade is veroorzaakt als gevolg van de saneringswerkzaamheden. Op 28 mei 2019 heeft Zuidhof [eiseres] gemaand de schade binnen twee weken te herstellen. Herstel door [eiseres] heeft niet plaatsgevonden. 3De vordering 3.
- [eiseres] vordert dat de kantonrechter Zuidhof veroordeelt tot betaling van € 22.650,17, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 17.891,06 vanaf 3 december
- 3.
- [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten. [eiseres] is de op haar rustende verplichtingen tot het verrichten van saneringswerkzaamheden nagekomen, maar Zuidhof heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichting. [eiseres] vordert betaling van de facturen en maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke handelsrente, die tot 3 december 2021 € 3.805,20 bedraagt, en de buitengerechtelijke incassokosten van € 953,
- 4Het verweer en de tegenvordering 4.
- Zuidhof betwist de vordering. Zij voert aan - samengevat - dat de raam- en deurkozijnen in goede staat waren en niet vervangen hoefden te worden. Daarom zijn partijen overeengekomen dat bij de saneringswerkzaamheden alleen de asbesthoudende beglazingskit zou worden verwijderd, maar dat de kozijnen behouden zouden blijven. [eiseres] heeft echter de kozijnen verwijderd dan wel deze dusdanig beschadigd dat deze moesten worden vervangen. Ook zijn bij de werkzaamheden de lekdorpels en gevelstenen ernstig beschadigd. Zuidhof heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld de schade te herstellen. Dat heeft [eiseres] niet gedaan, zodat zij vanaf 11 juni 2019 in verzuim is. De schade van Zuidhof is € 20.940,92 (zijnde € 9.518,83 voor negen nieuwe kozijnen, € 5.562,50 voor het verwijderen van de restant kozijnen en het plaatsen van nieuwe kozijnen en € 5.859,59 voor herstel van de gevel). Zuidhof beroept zich op verrekening van deze schade met de facturen. 4.
- Zuidhof vordert, na wijziging van eis tijdens de zitting, bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot betaling van € 20.940,92, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 11 juni
- 4.
- [eiseres] betwist de tegenvordering en stelt dat de afspraak tot behoud van de kozijnen alleen gold voor zover de kozijnen gelet op de saneringswerkzaamheden konden worden behouden. Of dat zo zou zijn, kan niet altijd van tevoren worden ingeschat. Tijdens de werkzaamheden bleken twee kozijnen zodanig verrot en versleten dat deze niet van asbest konden worden ontdaan zonder volledig te worden gesloopt. [eiseres] betwist dat meer kozijnen zijn verwijderd en betwist ook dat lekdorpels en gevelstenen zijn beschadigd. Bovendien kan [eiseres] niet verantwoordelijk worden gehouden voor schade en maken herstelwerkzaamheden geen onderdeel uit van de geaccepteerde offerte. Daarbij worden de kosten van negen volledig nieuwe kozijnen verhaald op [eiseres] , terwijl de oude kozijnen dateren uit 1969 en waren beschadigd, verweerd en asbesthoudend en daarom geen waarde meer vertegenwoordigden. 5De beoordeling de vordering 5.
- Tussen partijen is niet in geschil dat de overeengekomen saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd. De betalingsverplichting van Zuidhof staat dan ook vast. Zuidhof beroept zich echter op verrekening met de schade die zij heeft geleden als gevolg van de saneringswerkzaamheden door [eiseres] . In het navolgende zal worden beoordeeld of het beroep van Zuidhof op verrekening slaagt. 5.
- Volgens Zuidhof heeft zij schade geleden als gevolg van een tekortkoming van [eiseres] in de uitvoering van de werkzaamheden. De schade bestaat uit twee posten, namelijk schade aan kozijnen en schade aan gevelstenen en dorpel. De eerste post heeft Zuidhof hersteld door de verwijderde dan wel beschadigde kozijnen te vervangen door negen nieuwe kozijnen en de tweede post door hout op de buitengevel aan te brengen. 5.
- Het meest verstrekkende verweer van [eiseres] is dat aansprakelijkheid voor schade is uitgesloten. Ten aanzien van de schade aan de gevelstenen en dorpel en de daarvoor gevorderde vergoeding volgt de kantonrechter dit verweer. Dit wordt als volgt toegelicht. 5.
- In de geaccepteerde offerte is opgenomen dat [eiseres] niet aansprakelijk is voor door haar veroorzaakte schade, zodat Zuidhof in beginsel geen aanspraak kan maken op een schadevergoeding. Volgens Zuidhof is het beding echter onredelijk en komt [eiseres] daarom geen beroep toe op dat beding. Voor zover Zuidhof een beroep doet op de vernietigbaarheid van een onredelijk bezwarend beding, wordt hieraan voorbij gegaan. Daarvoor is immers nodig dat het beding een algemene voorwaarde is, maar Zuidhof heeft niet onderbouwd dat dit beding is opgesteld door [eiseres] teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. Verder heeft Zuidhof, die met [eiseres] een zakelijke overeenkomst heeft gesloten waarbij het niet ongebruikelijk is dat aansprakelijkheid wordt uitgesloten, niet onderbouwd dat en op grond van welke omstandigheden een beroep van [eiseres] op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het eerst tijdens de zitting ingenomen standpunt dat Zuidhof niet wist dat aansprakelijkheid was uitgesloten, is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk. Dit staat duidelijk in de offerte van drie pagina’s en bovendien mag van Zuidhof als professionele partij worden verwacht dat zij bekend is met de inhoud van de door haar geaccepteerde offerte. Het verweer van Zuidhof dat het beding onredelijk is slaagt dus niet. 5.
- Voor zover schade door [eiseres] is veroorzaakt aan de gevelstenen en dorpel, valt dit dus onder de werking van het exoneratiebeding en is de schade uitgesloten van vergoeding. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [eiseres] ook te weinig heeft gesteld over de omvang van de schade aan de gevelstenen en dorpel in relatie tot de gevorderde schadevergoeding. Zuidhof heeft slechts gesteld dat de beschadiging alleen kan worden hersteld door het aanbrengen van houten planken. Dat is onvoldoende. 5.
- Ten aanzien van de kozijnen oordeelt de kantonrechter anders. Daarvoor geldt de exoneratie niet, omdat partijen nadrukkelijk iets anders zijn overeengekomen. Partijen hebben afgesproken dat de kozijnen zouden worden behouden. Volgens [eiseres] moet deze bepaling zo worden gelezen dat de kozijnen alleen worden behouden voor zover dat mogelijk is en dat was voor twee kozijnen niet het geval. 5.
- Gelet op het standpunt van [eiseres] komt het bij de beoordeling aan op een uitleg van de bepaling. De vraag hoe de bepaling moet worden uitgelegd, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg. Er moet worden gekeken naar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hieraan mochten toekennen en op wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. 5.
- De kantonrechter is in dit geval van oordeel dat de bepaling letterlijk moet worden gelezen en volgt niet de door [eiseres] voorgestane uitleg. [eiseres] heeft de woning zowel in 2016 als in 2019 gezien en onderzocht. Vervolgens is, anders dan in een in 2016 al opgemaakte offerte, expliciet in de offerte opgenomen dat de kozijnen worden behouden. Als daar twijfel over bestond had het op de weg van [eiseres] als professionele partij gelegen dat tot uitdrukking te brengen in de offerte. Dat heeft [eiseres] niet gedaan en komt voor zijn rekening en risico. 5.
- De kozijnen hadden dan ook moeten worden behouden en dat is in ieder geval ten aanzien van twee kozijnen niet gebeurd. Daarover bestaat tussen partijen geen discussie. Het standpunt dat alle kozijnen zijn verwijderd dan wel zodanig zijn beschadigd door [eiseres] dat deze moesten worden vervangen, moet Zuidhof als degene die zich beroept op de schade onderbouwen. Dat heeft zij gedaan door te verwijzen naar (onderdelen van) de rapporten en foto’s van de kozijnen voor en na de werkzaamheden, alsmede de verklaring van de heer [xxx] , die aanwezig was op het terrein bij de sanering. [eiseres] heeft vervolgens niet concreet betwist dat alle kozijnen zijn verwijderd dan wel ernstig waren beschadigd. Dat mocht wel van haar worden verwacht. Ook mocht van haar worden verwacht dat zij na de ingebrekestelling met foto’s ter plaatse was geweest om de gestelde schade te onderzoeken en controleren. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Onder deze omstandigheden kan [eiseres] nu niet volstaan met een algemene ontkenning van wat Zuidhof hierover heeft gesteld. 5.
- De kantonrechter neemt daarom als vaststaand aan dat negen kozijnen zijn verwijderd dan wel zodanig zijn beschadigd dat deze moesten worden vervangen. [eiseres] is de afspraak daarover dan ook niet nagekomen en is daarom toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. [eiseres] is na de ingebrekestelling niet overgegaan tot herstel, zodat zij in verzuim is komen te verkeren en dus aansprakelijk is voor de schade. De hoogte van de schade, zijnde € 15.081,33, is niet weersproken. Wel heeft [eiseres] aangevoerd dat ten onrechte geen aftrek nieuw voor oud is toegepast. Volgens [eiseres] hadden de kozijnen feitelijk geen waarde meer, aangezien de kozijnen verweerd en asbesthoudend waren en vijftig jaar oud zijn. 5.
- Het uitgangspunt tussen partijen was dat de kozijnen konden worden behouden en dus in ieder geval in redelijke staat waren, zodat het verweer dat de oude kozijnen waardeloos waren niet wordt gevolgd. Gelet op de ouderdom van de kozijnen, in samenhang met wat partijen over het materiaal, de staat en de levensduur daarvan hebben gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat bij het bepalen van de schadevergoeding een aftrek van 60 % redelijk is, zodat [eiseres] 40 % van de schade moet vergoeden. De kantonrechter begroot de schade in redelijkheid op € 6.032,
- 5.
- De conclusie is dat het beroep op verrekening van Zuidhof tot een bedrag van € 6.032,53 slaagt. Dit betekent dat van de vordering van [eiseres] toewijsbaar is tot een bedrag van € 11.858,53 (€ 17.891,06 - € 6.032,53). 5.
- De over dat bedrag gevorderde wettelijke handelsrente, waartegen geen verweer is gevoerd, zal worden toegewezen vanaf de vervaldata van de facturen (over € 1.936,00 vanaf 3 mei 2019 en over € 9.922,53 vanaf 7 juni 2019). 5.
- [eiseres] maakt verder aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen over de hoofdsom waartoe Zuidhof wordt veroordeeld, te weten € 893,
- 5.
- De proceskosten komen voor rekening van Zuidhof, omdat zij ongelijk krijgt. Omdat een gedeelte van het gevorderde bedrag niet toewijsbaar is, kan Zuidhof ten aanzien van het griffierecht slechts worden veroordeeld tot betaling van het griffierecht dat verschuldigd is voor het toe te wijzen bedrag, te weten € 514,
- Het meerdere, dat op grond van de dagvaarding aan [eiseres] in rekening is gebracht, moet voor rekening van [eiseres] blijven. de tegenvordering 5.
- Gelet op het bepaalde onder de vordering is vast komen te staan dat Zuidhof een tegenvordering op [eiseres] heeft van € 6.032,53 en is het beroep op verrekening van dit bedrag met de vordering van [eiseres] toegewezen. Omdat is verrekend, ligt de tegenvordering van Zuidhof voor afwijzing gereed. 5.
- Hoewel de tegenvordering van Zuidhof wordt afgewezen, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 6De beslissing De kantonrechter: de vordering 6.
- veroordeelt Zuidhof tot betaling aan [eiseres] van € 12.752,12, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.936,00 vanaf 3 mei 2019 en over € 9.922,53 vanaf 7 juni 2019 tot aan de dag van de gehele betaling; 6.
- veroordeelt Zuidhof tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 108,19griffierecht € 514,00salaris gemachtigde € 746,00 ; 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst de vordering voor het overige af; de tegenvordering 6.
- wijst de vordering af; 6.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter