← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:6688

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/321424 / HA ZA 21-562 Vonnis in vrijwaring van 8 juni 2022 in de zaak van 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1],

  1. [eiser 2], wonende te [plaats 2], ten deze handelend als bewindvoerder van [betrokkene 1], wonende te [plaats 2], eisers, advocaat mr. V.H.B. Kruit te Utrecht, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats 3], gedaagde, advocaat mr. F.W. Huizinga te Haarlem. Eisers zullen hierna gezamenlijk [eiser 1] c.s. worden genoemd, en ieder afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] q.q. Gedaagde zal hierna [gedaagde] worden genoemd. 1De vrijwaring in het kort 1.
  2. In de hoofdzaak stond de vraag centraal of [betrokkene 2] c.s. (als kopers) en [eiser 1] c.s. (als verkopers) op 26 maart 2021 een (mondelinge) koopovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de (ver)koop van een bedrijfsruimte in [plaats 2]. [eiser 1] c.s. hadden Bedrijfsmakelaars IJmond B.V. (hierna: IJmond) een verkoopopdracht voor de bedrijfsruimte gegeven. Op grond van die overeenkomst trad [gedaagde] op als verkopend makelaar. In de deze vrijwaringszaak draait het vervolgens om de vraag of, als er een koopovereenkomst tussen [betrokkene 2] c.s. en [eiser 1] c.s. tot stand is gekomen, [gedaagde] dan aansprakelijk is voor de door [eiser 1] c.s. als gevolg daarvan (gesteld) geleden en te lijden schade. Omdat de rechtbank in de genoemde hoofdzaak heeft geoordeeld dat geen koopovereenkomst tussen [betrokkene 2] c.s. en [eiser 1] c.s. tot stand is gekomen, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of [gedaagde] aansprakelijk is voor schade van [eiser 1] c.s. De vorderingen in de vrijwaringszaak worden daarom afgewezen. 2De procedure 2.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 19 januari 2022 en de daarin opgenomen stukken; de mondelinge behandeling van 31 maart 2021(gezamenlijke behandeling met de hoofdzaak met zaaknummer C/15/317778 HA ZA 21-353 en de vrijwaringszaak van [eiser 1] c.s. tegen Bedrijfsmakelaars IJmond B.V. met zaaknummer C/15/320954 / HA ZA 21-562; de akte wijziging van eis van [eiser 1] c.s. van 31 maart
  4. 2.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
  6. Voormalig echtgenoten [eiser 1] en [betrokkene 3] zijn ieder voor ½ deel eigenaar van het pand gelegen aan de [adres] in [plaats 2] (hierna: ‘het pand’). Het pand bestaat uit een bedrijfsruimte op de begane grond (hierna: ‘de bedrijfsruimte’) en een bovenwoning (hierna: ‘de bovenwoning’). 3.
  7. [eiser 1] en [betrokkene 3] gaan op 15 augustus 2019 een overeenkomst van opdracht aan met makelaarskantoor Bedrijfsmakelaars IJmond handelend onder de naam Wagenhof Bedrijfsmakelaars IJmond B.V. (hierna: IJmond) voor de verkoop van het pand. Op grond van die overeenkomst treedt [gedaagde] op als verkopend makelaar, eerst voor [eiser 1] en Houweling en met ingang van 17 oktober 2019 voor [eiser 1] c.s.. 3.
  8. [eiser 2] q.q. is bij beschikking van deze rechtbank van 17 oktober 2019 tot bewindvoerder benoemd van [betrokkene 3]. 3.
  9. Na 17 oktober 2019 besluiten [eiser 1] c.s. het pand te splitsen en de bedrijfsruimte en de bovenwoning apart te verkopen. Voor de verkoop van de bovenwoning wordt opdracht gegeven makelaar [betrokkene 4] van Barnsteen Makelaars. 3.
  10. Op 26 maart 2021 brengen [betrokkene 2] c.s. aan [gedaagde] een bod uit op de bedrijfsruimte van € 449.000,00, onder voorwaarde van financiering en bouwkundige keuring. 3.
  11. Op 5 mei 2021, in de middag, stuurt de betrokken kandidaat notaris een definitief opgemaakte koopovereenkomst naar alle partijen. 3.
  12. Kort hierna, nog steeds op 5 mei 2021, bericht de officemanager van IJmond de betrokken kandidaat notaris dat de verkoop van de bedrijfsruimte niet doorgaat. 3.
  13. In de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/15/317778 HA ZA 21-353 heeft deze rechtbank bij vonnis van 13 juli 2022 geoordeeld dat geen koopovereenkomst tussen [betrokkene 2] c.s. en [eiser 1] c.s. tot stand is gekomen en dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van [eiser 1] c.s. jegens [betrokkene 2] c.s. 4Het geschil 4.
  14. [eiser 1] c.s. vorderen, na wijziging van eis, uitvoerbaar bij voorraad: Primair I. zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser 1] c.s. te betalen datgene waartoe [eiser 1] c.s. als gedaagden in de hoofdzaak jegens [betrokkene 2] c.s. mochten worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling; II. zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [eiser 1] c.s. voor een bedrag van € 20.000, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag; III. zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [eiser 1] c.s. voor een bedrag van € 39.733,93 aan advocatenkosten, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag; Subsidiair IV. zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak te verklaren voor recht dat IJmond [eiser 1] c.s. onrechtmatig heeft vertegenwoordigd, althans onrechtmatig jegens [eiser 1] c.s. heeft gehandeld, althans tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de door [eiser 1] c.s. aan IJmond verleende opdracht en gehouden is tot vergoeding van de schade die [eiser 1] c.s. daardoor lijdt, nader op te maken bij Staat. Primair en subsidiair V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder mede begrepen de nakosten van deze procedure, alsmede in de hoofdzaak, conform het per de datum van dit vonnis geldende liquidatietarief, de kosten van een eventuele executie en tenslotte de wettelijke rente over alle kosten vanaf de dag van betekening van dit vonnis aan [gedaagde] tot de dag van volledige voldoening. 4.
  15. [gedaagde] voert verweer. 4.
  16. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.
  17. Omdat de vorderingen in de hoofdzaak zijn afgewezen, moeten de vorderingen in de zaak in vrijwaring worden afgewezen. 5.
  18. [eiser 1] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: - griffierecht 309,00 - salaris advocaat 1.126,00 (2 punten × tarief II € 563,00) Totaal € 1.435,00 6De beslissing De rechtbank 6.
  19. wijst de vorderingen af, 6.
  20. veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.435,00, 6.
  21. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. de Vries-van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 13 juli
  22. type: 1535 coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.