← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:6950

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9611048 \ CV EXPL 21-6452 Uitspraakdatum: 27 juli 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap onder firma [vof] gevestigd te [plaats] de eisende partij gemachtigde: LikiFin tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het verdere procesverloop 1.1. Bij tussenvonnis van 9 februari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten. Op 6 april 2022 heeft de eisende partij een akte ingediend. 2De verdere beoordeling 2.1. De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding daarop terug te komen. 2.2. In het tussenvonnis is onder meer geoordeeld dat de eisende partij op dat moment nog onvoldoende had onderbouwd (

  1. i)waar de contractsluiting heeft plaatsgevonden en welke informatie gedurende dit proces aan de gedaagde partij inzichtelijk is gemaakt, (
  2. ii)dat de in artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde precontractuele informatie aan de gedaagde partij was verstrekt voordat de overeenkomst tot stand is gekomen en (iii) wat de grondslag van de vordering is (gelet op de twee overeenkomsten die zijn overgelegd). Ook is opgemerkt dat de (kennelijk van toepassing verklaarde) leveringsvoorwaarden niet zijn overgelegd. 2.3. Nog daargelaten dat de eisende partij - ondanks daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld - geen nadere toelichting en onderbouwing heeft gegeven over de wijze waarop de overeenkomst(
  3. en)met de gedaagde partij tot stand is/zijn gekomen, wat de grondslag van de vordering is en de (kennelijk van toepassing verklaarde) leveringsvoorwaarden niet zijn overgelegd, is (nog steeds) onvoldoende gesteld en onderbouwd dat aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW is voldaan. Niet gebleken is immers dat aan de gedaagde partij voor de contractsluiting door de eisende partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de informatie is verstrekt als bedoeld in artikel 6:230l BW. De door de eisende partij bij akte ingenomen (niet onderbouwde) stellingen zijn daartoe onvoldoende. 2.4. De kantonrechter merkt verder nog op dat de eisende partij diverse producties heeft overgelegd, zonder (voldoende deugdelijk) te onderbouwen wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. Stellingen moeten voor de rechter en de andere partij helder en toetsbaar zijn en de partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Het enkel overleggen van producties of een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Partijen hebben dan ook voor hun eigen producties een zogenaamd wegwijsplicht. De kantonrechter mag niet zelf in de producties van partijen een zoektocht ondernemen naar wat (mogelijk) relevant is en waarom. De kantonrechter houdt daarom geen rekening met wat in de producties naar voren wordt gebracht, voor zover daaraan geen duidelijke stellingname in de processtukken zelf ten grondslag ligt (vgl. HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7628). Wat is hiervan het gevolg? 2.5. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.6. De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. 2.7. De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.