← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:7603

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/2488 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2022 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2], uit [woonplaats], eisers (gemachtigde: mr. R. Grijpstra), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder. Inleiding Bij brief van 24 mei 2022 hebben eisers bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek van 7 maart

  1. Verweerder heeft noch de op de zaak betrekking hebbende stukken noch een verweerschrift ingediend. Overwegingen
  2. Eisers hebben op 7 maart 2022 met een beroep op het inzage recht, althans met een beroep op de Algemene wet bestuursrecht, althans met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, verweerder verzocht hen tijdig alle aan het e-mailbericht van 12 november 2019 ten grondslag liggende documenten/stukken te doen toekomen.
  3. Met de brief van 21 april 2022 heeft verweerder gereageerd op het verzoek van 7 maart
  4. In de brief van 21 april 2022 staat dat met het besluit van 3 februari 2022 naar aanleiding van het Wob verzoek van 13 december 2021 alle beschikbare documenten binnen het dossier openbaar zijn gemaakt.
  5. De rechtbank stelt vast dat verweerder met de brief van 21 april 2022 heeft beslist op het verzoek van 7 maart
  6. Dat eisers het niet eens zijn met het besluit van 21 april 2022 maakt niet dat er niet is beslist op het verzoek van 7 maart
  7. Dat komt aan de orde in de bezwaarprocedure die eisers zijn gestart met de indiening van een bezwaarschrift op 29 april 2022 gericht tegen het besluit van 21 april
  8. Nu verweerder niet in gebreke is tijdig te beslissen, konden eisers op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb dan ook geen beroep instellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  9. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.