← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:7647

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar zaak-/rekestnr.: C/15/326746 / FA RK 22-1578 beschikking van 25 augustus 2022 betreffende adoptie gegeven op het verzoek van: [verzoekster] , wonende te [plaats] , hierna te noemen: verzoekster, advocaat: mr. E.J. Huizinga, kantoorhoudende te Haarlem, strekkende tot: a. het uitspreken van de adoptie door verzoekster van het nog ongeboren kind, waarvan de echtgenote van verzoekster zwanger is; b. het bepalen dat de minderjarige de achternaam [achternaam] zal dragen. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], wonende te [plaats] , (hierna te noemen: de moeder). 1Verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 28 maart 2022; - de brief van verzoekster, met als bijlage een gewaarmerkt afschrift van de geboorteakte van de te adopteren minderjarige, ingekomen op 25 mei 2022; - het e-mailbericht van 14 juni 2022 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad); - de brief van de Raad, ingekomen op 17 juni

  1. 1.
  2. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden. 2Feiten en omstandigheden 2.1 Verzoekster en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] in de gemeente [gemeente] . 2.2 Uit de moeder is op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] geboren de minderjarige [de minderjarige] (hierna te noemen: [de minderjarige] ). Uit een van de geboorteakte deel uitmakende latere vermelding betreffende naamskeuze blijkt dat is gekozen voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam] . 2.3 [de minderjarige] is verwekt met het semen van een bij verzoekster en de moeder bekende donor, [de donor] , (hierna te noemen: de donor). 2.4 De donor heeft schriftelijk verklaard geen belanghebbende te willen zijn in de adoptieprocedure van [de minderjarige] . 3Beoordeling adoptie 3.1 De moeder stemt in met het verzoek tot adoptie. 3.2 De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] is. Tevens is komen vast te staan dat [de minderjarige] thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van de donor als ouder te verwachten heeft. Voorts is voldaan aan de in artikel 1:228 BW genoemde voorwaarden voor adoptie. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie dan ook toewijzen. De rechtbank heeft hierbij nog in aanmerking genomen dat de Raad heeft aangegeven in deze zaak geen onderzoek te zullen doen. 3.3 Op grond van het bepaalde in artikel 1:230, tweede lid, eerste volzin, BW werkt de adoptie terug tot het tijdstip van de geboorte van [de minderjarige] , te weten [geboortedatum] , nu [de minderjarige] is geboren binnen de relatie van verzoekster en de moeder en de adoptie voor de geboorte van [de minderjarige] is verzocht. geslachtsnaam 3.4 [de minderjarige] is het eerste kind tot wie verzoekster en de moeder in familierechtelijke betrekking komen te staan. 3.5 Uit de onder 2.2 vermelde latere vermelding betreffende naamskeuze blijkt dat is gekozen voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam] . Nu verzoekster en de moeder op grond hiervan reeds een keuze hebben gedaan voor de geslachtsnaam van [de minderjarige] , zal het hierboven onder b. vermelde verzoek bij gebrek aan belang worden afgewezen. gezag 3.6 In artikel 1:253sa BW is geregeld dat over het staande hun huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kind een ouder en zijn echtgenoot of geregistreerde partner die niet de ouder is, gezamenlijk het gezag uitoefenen, tenzij het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder. Nu [de minderjarige] niet in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder, oefenen verzoekster en de moeder gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige] . 4Beslissing De rechtbank: 4.1 spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijk geslacht: - [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , door verzoekster voornoemd met ingang van [geboortedatum] . 4.2 wijst af het meer of anders verzochte. 4.3 draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] . Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus
  3. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.