← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:7895

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9706990 \ WM VERZ 22-110 CJIB-nummer : 229673903 Uitspraakdatum : 15 april 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 5 april

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat de aanhanger ten tijde van de opgelegde boete was verhuurd via het verhuurbedrijf van betrokkene en verwijst hieromtrent naar de overgelegde kopie van de huurovereenkomst en de gegevens van de huurder. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 5 en 5a Wahv is de kentekenhouder van een motorrijtuig of aanhangwagen aansprakelijk voor de opgelegde boete, tenzij zich één van de in artikel 8 Wahv bedoelde uitzonderingen voordoet. Eén van die uitzonderingen betreft het geval waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk en bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst over legt, waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig of de aanhangwagen was (art. 8 sub b Wahv). Bovendien moet de overgelegde huurovereenkomst voldoende correcte gegevens van de huurder bevatten om de officier van justitie in staat te stellen op basis daarvan de boete aan de huurder op te leggen. Uit de door betrokkene overgelegde huurovereenkomst blijkt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat het voertuig is verhuurd voor een periode van ten hoogste 3 maanden, zodat de uitzondering in artikel 8 WAHV opgaat. Het beroep is dan ook gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.