RECHTBANK NOORD-HOLLAND Strafrecht Zittingsplaats Haarlem parketnummer : 15-343376-21 raadkamernummer : 22-011241 datum : 5 september 2022 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van [klager] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E.G.S. Roethof advocaat te Amsterdam (Ceintuurbaan 67, 1072 EV Amsterdam), hierna te noemen: de klager. Feiten Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 23 december 2021onder klager in beslag is genomen een geldbedrag van 100.530 euro en een geldbedrag van 1.250 Zwitserse franken (omgerekend 1.200 euro). Procedure Het klaagschrift is op 2 mei 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 22 augustus 2022 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de gemachtigd advocaat van de klager, mr. E.G.S. Roethof, en de officier van justitie op zitting gehoord. De klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Beklag Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag, te weten 101.730 euro. Namens de klager is - voor zover hier van belang en samengevat weergegeven - het volgende aangevoerd. Op 23 december 2021 is op Schiphol onder [naam] genoemd geldbedrag in beslag genomen op verdenking van witwassen. Deze zaak is met een transactie afgedaan waarbij [naam] afstand heeft gedaan van het inbeslaggenomen geld. [naam] is niet strafrechtelijk veroordeeld en ten aanzien van het geldbedrag is geen verbeurdverklaring gevolgd. De klager is de rechtmatige eigenaar van het geldbedrag en wenst het geretourneerd te zien. Door de klager is bovendien aangetoond dat het legaal geld betreft. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het klaagschrift is naar voren gebracht dat het klaagschrift tijdig is ingediend. De termijn is pas gaan lopen op het moment dat het geld in verband met de transactie op de betreffende rekening van het Openbaar Ministerie is ontvangen; niet de datum van ondertekening van de transactie is leidend nu algemeen bekend is dat het een paar dagen duurt voordat geld op een rekening staat. Bovendien noemt de wet twee termijnen; een termijn van drie maanden en van twee jaren. De tweejaarstermijn is in ieder geval niet geschonden. Het standpunt is hoe dan ook dat het klaagschrift tijdig is ingediend. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft - eveneens samengevat en voor zover van belang weergegeven - verzocht de klager niet-ontvankelijk te verklaren. Daartoe is naar voren gebracht dat het klaagschrift niet tijdig, te weten binnen drie maanden nadat aan de vervolging van [naam] een eind is gekomen door ondertekening van de transactieovereenkomst op 31 januari 2022, is ingediend. De officier van justitie heeft er voorts op gewezen dat [naam] onherroepelijk afstand heeft gedaan met een verklaring van toebehoren waarna de officier van justitie rechtmatig heeft gehandeld als ware het geld verbeurd verklaard. Tot slot meent de officier van justitie dat de klager onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de eigenaar is van genoemd geldbedrag. Ontvankelijkheid van het klaagschrift Alvorens de rechtbank toe kan komen aan de inhoudelijke beoordeling van het ingediende klaagschrift, dient de vraag te worden beantwoord, of de klager daarin kan worden ontvangen. In dat kader is meer specifiek van belang, of en wanneer een daad van vervolging is ingesteld. Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken is - voor zover hier van belang - het volgende gebleken. Op 23 december 2021 is [naam] op Schiphol aangehouden wegens de verdenking van witwassen. Nadat hij op 23 december 2021 in verzekering is gesteld, heeft de rechter-commissaris op 24 december 2021 de bewaring bevolen. Vervolgens heeft de rechtbank de gevangenhouding voor een termijn van 90 dagen bevolen. Artikel 552a Sv bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.