← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:793

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer: 9428961 \ BM VERZ 21-1934 MK Uitspraakdatum: 2 februari 2022 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: verzoeker, van wie de bewindvoerder is: Bureau Kwaaitaal B.V., gevestigd te Den Helder. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het verzoek, ter griffie ingekomen op 6 september 2021; het verweer van [xxx] ,moeder van verzoeker (hierna te noemen: de moeder), ter griffie ingekomen op 15 september 2021; het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 20 september 2021; de reactie van verzoeker, ter griffie ingekomen op 8 oktober 2021 de mail van verzoeker van 17 januari 2022. Op 1 december 2021 en 18 januari 2022 stond de mondelinge behandeling van het verzoekschrift gepland. Verzoeker heeft zich tweemaal afgemeld voor de zitting, zonder overlegging van onderbouwende stukken. Gelet daarop heeft de kantonrechter, met instemming van verzoeker, besloten de zaak op stukken af te doen. Beoordeling Bij beschikking van de kantonrechter van 26 maart 2013 is verzoeker onder curatele gesteld. Bij ij beschikking van 15 december 2020 is de curatele omgezet in bewind en mentorschap. Het verzoek strekt tot opheffing van het bewind dat is ingesteld over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren. Verzoeker wil graag dat het bewind wordt opgeheven, omdat hij zijn financiën weer zelfstandig wil beheren. De afgelopen jaren heeft hij van zijn fouten geleerd, waardoor hij er nu klaar voor is om de financiën zelf te gaan doen. Het bewind was noodzakelijk voor de afwikkeling van de nalatenschap van zijn opa. Nu dit is afgewikkeld is de noodzaak van het bewind volgens verzoeker vervallen. De bewindvoerder en de moederstaan niet achter het verzoek. De bewindvoerder geeft aan dat verzoeker alles in eigen beheer wil hebben, zodat hij kan uitgeven wat hij wil. Het bewind is noodzakelijk, zodat verzoeker niet al het geld opmaakt. De moeder geeft hierbij nog aan dat er voorkomen moet worden dat verzoeker schulden gaat maken en zijn financiële verplichtingen niet meer kan nakomen. Bij een verzoek tot opheffing van het bewind dient de kantonrechter te beoordelen of de grondslag van het bewind nog bestaat. De kantonrechter zal het verzoek afwijzen nu de bewindvoerder en de moeder in hun verweer aannemelijk hebben gemaakt dat de gronden van het bewind nog altijd bestaan en verzoeker dit onvoldoende heeft weerlegd. Uit de overgelegde stukken is immers niet gebleken dat verzoeker in staat is om zelfstandig zijn financiën te beheren of dat hij de afgelopen tijd heeft toegewerkt naar meer zelfredzaamheid. Er bestaan ook grote zorgen bij de zus en de mentor van verzoeker dat hij zonder bewind in de problemen zal komen. Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter het verzoek af. Ten overvloede merkt de kantonrechter het volgende op. In zijn mail van 17 januari 2022 geeft verzoeker aan dat hij samen met de bewindvoerder wil toewerken naar zelfredzaamheid. Vanzelfsprekend kan betrokkene samen met de bewindvoerder een zelfredzaamheidstraject inzetten. Wanneer de bewindvoerder samen met verzoeker tot de conclusie komt dat verzoeker in staat is om zelfstandig zijn financiën te beheren, kan door hen samen een verzoek tot opheffing van het bewind worden ingediend. beslissing De kantonrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.