← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:7978

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8730349 \ CV EXPL 20-7158 Uitspraakdatum: 20 juli 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht Airhelp Limited gevestigd te Hong Kong eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht United Airlines Inc. gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. J.I.J. van Pelt 1Het procesverloop 1.

  1. Airhelp heeft bij dagvaarding van 8 juli 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Newark Liberty International Airport op 31 juli 2018, hierna: de vlucht. 2.
  4. De vlucht is geannuleerd. 2.
  5. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij met meer dan 3 uur vertraging op zijn eindbestemming is aangekomen. 2.
  6. De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan Airhelp. 2.
  7. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
  8. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
  9. Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,00 aan buitengerechtelijke kosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  10. Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,
  11. 4Het verweer 4.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert daartoe aan dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Na het boarden werd bij een minderjarige passagier de waterpokken geconstateerd. Omwille van het hoge besmettingsniveau is besloten om contact op te nemen met Medlink, een onafhankelijk medisch adviesbureau dat zich specifiek richt op luchtvaart. Medlink constateerde dat de minderjarige passagier met waterpokken beschikte over een ‘fit to fly’ verklaring, maar desalniettemin onwel was en mogelijk koorts had. Op advies van Medlink is vervolgens het toestel ontruimd en gedesinfecteerd. Het desinfecteren van het gehele toestel nam dusdanig veel tijd in beslag dat de werk- en rusttijden van de crew werden overschreden en de uitvoering van de vlucht niet meer mogelijk was. De vervoerder voert aan dat hij geen enkele invloed heeft kunnen uitoefenen op de omstandigheden die tot de annulering hebben geleid. 5De beoordeling 5.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  14. Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 5.
  15. De vervoerder heeft aangevoerd dat na het boarden bij een minderjarige passagier de waterpokken werd geconstateerd. Dit is niet door Airhelp betwist, zodat dit als vaststaand moet worden aangenomen. Volgens Airhelp heeft dit medisch incident echter niet tot de annulering van de vlucht geleid, maar was de vlucht al voor het boarden langdurig vertraagd. De geplande vertrektijd van 9:15 uur lokale tijd, was reeds voor het boarden gewijzigd naar 12:57 uur lokale tijd, aldus Airhelp. Airhelp wijst in dit kader naar productie 2 conclusie van repliek. De vervoerder heeft aangevoerd dat voor de constatering van het medisch incident nog geen sprake was van vertraging van vlucht UA71, om welke reden dan ook. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vervoerder met een dergelijke blote ontkenning niet volstaan. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om het vluchtrapport en/of andere documentatie waaruit de (eventuele) vertragingsoorzaken blijken over te leggen. Dat de herkomst van het door Airhelp overgelegde document onduidelijk is, en dat het tijdstip van annulering van de vlucht zoals dat uit het door Airhelp overgelegde document blijkt enkele minuten afwijkt van het tijdstip dat blijkt uit de documentatie van de vervoerder, maakt niet dat het gehele document per definitie onbetrouwbaar is. Nu niet vast is komen te staan dat het medisch incident ten grondslag heeft gelegen aan de annulering van de vlucht, komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de buitengewone omstandigheden. 5.
  16. Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, worden toegewezen. 5.
  17. Airhelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. Airhelp heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen. 5.
  18. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; 6.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 100,89;griffierecht € 499,00;salaris gemachtigde € 248,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 6.
  21. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  22. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.