RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 9612236 \ CV EXPL 21-4811 Uitspraakdatum: 22 september 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Innova Energie B.V. statutair gevestigd te Delft, kantoorhoudende te ‘s-Gravenhage eiseres verder te noemen: Innova gemachtigde: B.E.J. Caminada tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. M.G. Evers 1Het verdere procesverloop Innova heeft naar aanleiding van het tussenvonnis van 2 juni 2022 een akte genomen. Hierop heeft [gedaagde] schriftelijk gereageerd. 2De verdere beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist ten aanzien van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. [gedaagde] heeft in haar laatste schriftelijke reactie weliswaar opnieuw aangegeven dat zij, in de periode waarop de vordering van Innova ziet, energie geleverd heeft gekregen van Budget Energie, maar aan dit verweer gaat de kantonrechter voorbij. Zoals reeds in het tussenvonnis overwogen vindt dit verweer geen steun in de aan de kantonrechter overgelegde stukken. Het had daarom op de weg van [gedaagde] gelegen haar standpunt dat zij energie geleverd heeft gekregen van Budget Energie verder te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van facturen van Budget Energie. Dit heeft zij echter niet gedaan. De kantonrechter blijft er daarom bij dat Innova voldoende onderbouwd heeft gesteld dat tussen haar en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen uit hoofde waarvan Innova energie aan [gedaagde] heeft geleverd en dat [gedaagde] daarvoor moet betalen. 2.
- Naar aanleiding van het tussenvonnis heeft Innova toegelicht hoe de eindafrekening tot stand is gekomen. Innova geeft aan dat de eindafrekening is gebaseerd op geschatte meterstanden, omdat [gedaagde] ondanks meerdere verzoeken daartoe, heeft nagelaten de daadwerkelijke meterstanden door te geven en [gedaagde] niet over een slimme meter beschikt waarmee Innova de meterstanden kan aflezen. 2.
- [gedaagde] heeft in reactie hierop aangevoerd dat zij de verzoeken van Innova om de meterstanden door te geven niet heeft ontvangen, omdat zij geen gebruik maakt van het e-mailadres waar Innova de verzoeken naar toe heeft gestuurd. Aan dit verweer gaat de kantonrechter voorbij. Op de door [gedaagde] zelf overgelegde leveringsovereenkomst van Budget Energie staat als e-mailadres [e-mailadres] vermeld. Dit is hetzelfde e-mailadres als waar Innova haar verzoeken om de meterstanden door te geven naar toe heeft gestuurd. Omdat ervan uit kan worden gegaan dat [gedaagde] dit e-mailadres zelf heeft doorgegeven aan Budget Energie, houdt de kantonrechter het ervoor dat Innova haar verzoeken naar een juist e-mailadres heeft gestuurd en [gedaagde] deze berichten ook moet hebben ontvangen. Voor zover zij de berichten die op dat e-mailadres binnen komen niet leest, komt dat voor haar rekening en risico en kan het missen van berichten niet aan Innova worden tegengeworpen. Aan het verweer dat Innova toen zij geen reactie kreeg op haar e-mails [gedaagde] had moeten bellen, gaat de kantonrechter ook voorbij. Innova mocht ervan uit gaan dat [gedaagde] de e-mails heeft ontvangen en die vervolgens ook leest. Innova hoefde bij het uitblijven van een reactie daarom niet ook nog telefonisch contact op te nemen. 2.
- Omdat [gedaagde] ondanks de verzoeken van Innova heeft nagelaten de meterstanden door te geven, mocht Innova deze schatten en op basis daarvan haar eindafrekening opstellen. Dat [gedaagde] daardoor misschien meer moet betalen dan dat er daadwerkelijk aan energie door haar is verbruikt, kan Innova niet worden verweten. De vordering van Innova tot betaling van de onbetaald gelaten voorschotnota’s en de eindafrekening zal dan ook worden toegewezen. Ook de door Innova gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals gevorderd, omdat [gedaagde] in verzuim is met betaling van de vordering. 2.
- Innova heeft verder aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Op basis van de wet moet een consument, voordat zij buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd raakt, eerst worden aangemaand en in de gelegenheid worden gesteld om de vordering alsnog binnen een termijn van veertiendagen zonder bijkomende kosten te voldoen. Deze aanmaning moet om werking te hebben de consument hebben bereikt. [gedaagde] betwist dat zij de 14-dagenbrief die Innova volgens de dagvaarding op 26 juli 2021 heeft verstuurd, heeft ontvangen. Gezien de betwisting door [gedaagde] had het op de weg van Innova gelegen om haar stelling dat [gedaagde] de 14-dagenbrief wel heeft ontvangen verder te onderbouwen door bijvoorbeeld een afschrift van een aangetekend verstuurde 14-dagenbrief over te leggen. Dit heeft Innova nagelaten. Hierdoor is niet vast komen te staan dat de 14-dagenbrief [gedaagde] heeft bereikt. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. Het salaris gemachtigde zal daarbij begroot worden op anderhalve punt van het toepasselijke liquidatietarief, omdat Innova niet op de zitting is verschenen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Innova van € 827,19 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 792,42 vanaf 28 december 2021 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Innova tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 102,15 griffierecht € 322,00 salaris gemachtigde € 186,00 ; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek (BW) Artikel 3:37 BW