← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:8236

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9881816 \ AO VERZ 22-31 Uitspraakdatum: 17 augustus 2022 Beschikking in de zaak van: de besloten venootschappen Instijl Financiële Diensten B.V. en Instijl Groep B.V., gevestigd te Hoorn verzoekende partijen verder (samen) te noemen: Instijl gemachtigde: mr. R.M. Conijn tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] verwerende partij verder te noemen: [verweerder] gemachtigde: mr. L. Bijl 1Het procesverloop 1.

  1. Instijl heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft tegen dat verzoek verweer gevoerd. 1.
  2. Op 16 augustus 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen met brieven van 12 augustus 2022 nog stukken toegezonden. 2De beoordeling 2.
  3. Instijl verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt Instijl ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van [verweerder] niet meer mogelijk is. 2.
  4. [verweerder] heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Instijl in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [verweerder] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing. 2.
  5. Nu [verweerder] heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van [verweerder] niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [verweerder] . De kantonrechter stelt vast dat het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg staat aan ontbinding, omdat die ontbinding plaatsvindt op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en die grond geen verband houdt met de ziekte van [verweerder] . Ook constateert de kantonrechter dat [verweerder] geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de ontbinding. 2.
  6. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van een maand. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel a, BW worden ontbonden met ingang van 1 oktober
  7. 2.
  8. Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  9. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2022; 3.
  10. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 3.
  11. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 17 augustus 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.