← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:8387

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/327212 / HA ZA 22-249 Vonnis in incident van 17 augustus 2022 in de zaak van 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2], beiden wonende te [plaats], eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat: mr. M.H. Van Hooft te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats], gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. B.P. van Overeem te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 25 maart 2022 met producties 1 tot en met 27 van de zijde van [eiser 1] c.s.; de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van de zijde van [gedaagde]; de conclusie van antwoord in het incident met productie A van de zijde van [eiser 1] c.s.; de akte uitlating productie in het incident van de zijde van [gedaagde]. 1.
  3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil en de beoordeling daarvan in het incident 2.
  4. [eiser 1] c.s. vorderen in de hoofdzaak, kort samengevat, dat de rechtbank voor recht verklaart dat de koopovereenkomst met [gedaagde] is ontbonden en [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 124.800,- uit hoofde van een contractuele boete, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Tevens vorderen [eiser 1] c.s. in de hoofdzaak dat de rechtbank bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de opdracht van [gedaagde] aan de notaris, om het bedrag van [gedaagde] dat de notaris onder zich houdt (de waarborgsom) te betalen aan [eiser 1] c.s. 2.
  5. [gedaagde] vordert in het incident dat haar wordt toegestaan Eigen Huis Geldzaken B.V. h.o.d.n. Eigen Huis Hypotheekadvies (hierna: Eigen Huis) in vrijwaring op te roepen, onder bepaling van de datum waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring zullen dienen en waartegen de in vrijwaring op te roepen rechtspersoon dient te worden gedagvaard, kosten rechtens. 2.
  6. [gedaagde] legt aan haar vordering in incident het volgende ten grondslag. Zij heeft met [eiser 1] c.s. een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning van [eiser 1] c.s., waarin een financieringsvoorbehoud was opgenomen. Eigen Huis is opgetreden als hypotheekadviseur van [gedaagde] en heeft namens [gedaagde] een beroep gedaan op het financieringsvoorbehoud. [gedaagde] betoogt dat voor zover in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat het inroepen van het financieringsvoorbehoud door Eigen Huis op onjuiste wijze is gedaan (bijvoorbeeld omdat de betreffende e-mail onvoldoende gedocumenteerd was), Eigen Huis toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen tegenover [gedaagde]. Als de vorderingen van [eiser 1] c.s. in de hoofdzaak tegen [gedaagde] worden toegewezen, is dat het directe gevolg van de tekortkoming van Eigen Huis, zodat [gedaagde] regres kan nemen op Eigen Huis, aldus nog steeds het betoog van [gedaagde] in het incident. 2.
  7. [eiser 1] c.s. voeren verweer in het incident. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 2.
  8. Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. 2.
  9. Gelet op de stellingen van [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan. 2.
  10. Het verweer van [eiser 1] c.s. tegen de gevorderde vrijwaring berust op de veronderstelling dat [gedaagde] met de vrijwaring beoogt om (volgens [eiser 1] c.s. ten onrechte) in de rechtsverhouding met [eiser 1] c.s. de verantwoordelijkheid af te schuiven op Eigen Huis. [eiser 1] c.s. vreest dat toewijzing van de vrijwaring tot gevolg kan hebben dat [gedaagde] er “tussenuit valt”, ook wat betreft de verhaalsmogelijkheden (de waarborgsom). 2.
  11. Dit verweer slaagt niet. De vrijwaringsprocedure heeft geen betrekking op een eventuele rechtsverhouding tussen [eiser 1] c.s. en Eigen Huis (voor zover die al bestaat), maar enkel op de gestelde regresvordering van [gedaagde] op Eigen Huis. De vrijwaringsprocedure brengt dus ook verandering in de rechtsverhouding tussen [eiser 1] c.s. en [gedaagde]. Ook doet de vrijwaringsprocedure van [gedaagde] tegen Eigen Huis niet af aan de gestelde verhaalsmogelijkheden van [eiser 1] c.s. op [gedaagde]. Van een beschadiging van de belangen van [eiser 1] c.s. is in deze zin daarom geen sprake. 2.
  12. Verder hebben [eiser 1] c.s. aangevoerd dat toewijzing van de incidentele vordering tot vrijwaring leidt tot onaanvaardbare vertraging van de hoofdzaak. 2.
  13. Ook hierin geeft de rechtbank [eiser 1] c.s. geen gelijk. De hoofdzaak tegen [gedaagde] zal (in afwijking van het verzoek van [gedaagde]) ook bij toewijzing van de incidentele vordering direct naar de rol worden verwezen over zes weken voor conclusie van antwoord van [gedaagde], waarna (voorzienbaar) een mondelinge behandeling zal worden gepland. Op die mondelinge behandeling zal de vrijwaringszaak (waarschijnlijk) gelijktijdig worden behandeld. [eiser 1] c.s. hebben onvoldoende toegelicht dat dit tot dusdanige vertraging van de procedure zal leiden, dat sprake is van schending van de eisen van de goede procesorde. 2.
  14. Het voorgaande betekent dat de incidentele vordering zal worden toegewezen. 2.
  15. [eiser 1] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  16. staat toe dat Eigen Huis Geldzaken B.V. h.o.d.n. Eigen Huis Hypotheekadvies door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 31 augustus 2022; 3.
  17. veroordeelt [eiser 1] c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 563,- aan salaris advocaat; in de hoofdzaak 3.
  18. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 september 2022 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde]; 3.
  19. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus
  20. type: 1538

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.