proces-verbaal RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/330536 / KG ZA 22-394 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 16 augustus 2022 in de zaak van de stichting STICHTING PARTEON, gevestigd te Wormerveer, eiseres, advocaat: mr. R.W. Nederveen te Amsterdam, tegen 1 [gedaagde], wonende te [plaats],
- HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, GELEGEN AAN DE [adres], gedaagden, niet verschenen De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding. Tegenwoordig zijn mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter, en mr. H. Bruin, griffier. Na uitroeping van de zaak zijn namens Parteon verschenen mevrouw [betrokkene], bijgestaan door mr. Nederveen voornoemd. Mr. Nederveen heeft verklaard dat het standpunt van Parteon blijkt uit de dagvaarding en dat hij daarop geen aanvullingen heeft. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het volgende mondelinge vonnis gewezen. MONDELING VONNIS IN KORT GEDING 1De gronden van de beslissing Verstekverlening 1.
- Bij de oproeping van gedaagde sub 1 zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen. Omdat hij niet is verschenen, zal tegen hem verstek worden verleend. 1.
- Parteon heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat niet is uitgesloten dat de woning aan de [adres] [plaats], gemeente [gemeente] (hierna: de woning) door andere personen anders dan krachtens een persoonlijk of zakelijk recht wordt bewoond en/of gebruikt en dat Parteon in redelijkheid de identiteit van deze bewoners niet heeft kunnen achterhalen. Parteon heeft dus de in artikel 45 lid 4 juncto artikel 61 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen ten aanzien van gedaagden sub
- Bij de uitvoering daarvan zijn de wettelijk vereiste formaliteiten in acht genomen. Nu gedaagden sub 2 niet zijn verschenen, wordt ook tegen hen verstek verleend. Beoordeling van de vorderingen 1.
- De schadevergoedingsvordering bestaande uit de misgelopen huurinkomsten zal worden toegewezen tot de dag van ontruiming. Parteon heeft onvoldoende toegelicht waarom ook daarna nog een schadevergoedingsverplichting bestaat voor gedaagde sub
- 1.
- De ontruimings- en schadevergoedingsvorderingen komen de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen en gematigd op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 1.
- Parteon heeft daarnaast gevorderd dat wordt bepaald dat dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich gedurende zes maanden na de datum van dit vonnis in de woning bevindt of daar binnentreedt. Gelet op het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv kan ook dit deel van de vorderingen worden toegewezen, echter uitsluitend voor wat betreft de ontruiming. De genoemde wettelijke regeling heeft geen betrekking op schadevergoedingsvorderingen. 1.
- Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Parteon tot op heden worden begroot op € 1.709,48 (waarvan € 377,48 aan dagvaardingskosten, € 676,- aan griffierecht en € 656,- aan salaris advocaat). De gevorderde nakosten zullen worden begroot conform het daarop toepasselijke liquidatietarief. 2De beslissing De voorzieningenrechter 2.
- verleent verstek tegen gedaagden; 2.
- veroordeelt gedaagden de woning, gelegen aan de [adres] [plaats], gemeente [gemeente], binnen 24 uur na betekening van dit vonnis met de daarin vanwege gedaagden aanwezige goederen en personen te verlaten, met overgifte aan Parteon van de sleutels en al hetgeen tot de woning behoort ter vrije en algehele beschikking van Parteon te stellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagden hiermee in gebreke blijven, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt; 2.
- bepaalt dat de ontruimingsveroordeling in dit vonnis tot een half jaar na dagtekening daarvan ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich in de woning, of gedeelte daarvan, bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet; 2.
- veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling aan Parteon van een bedrag van € 421,70 per maand vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van ontruiming; 2.
- veroordeelt gedaagde sub 1 bij wijze van voorschot tot betaling aan Parteon van een bedrag van € 4,- per dag vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag van de ontruiming; 2.
- veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van Parteon tot op heden begroot op € 1.709,48, te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak; 2.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 2.
- wijst het meer of anders gevorderde af. De voorzieningenrechter sluit de zitting. Waarvan proces-verbaal, De griffier mr. H. Bruin De voorzieningenrechter Mr. A.H. Schotman