vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/311486 / HA ZA 20-802 Vonnis van 26 januari 2022 in de zaak van 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1], 2. [eiser 2], wonende te [plaats 1], eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAARLEMMERMEER, zetelend te [plaats 2], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. C.C. Horrevorts te Haarlem. Partijen zullen hierna [eiser 1], [eiser 2] en Gemeente Haarlemmermeer genoemd worden. De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om de vraag wie eigenaar is van de stroken grond: [eiser 1] en/of [eiser 2] of Gemeente Haarlemmermeer. De rechtbank oordeelt in het voordeel van Gemeente Haarlemmermeer. Van een ondubbelzinnige pretentie van [eiser 1] en [eiser 2] om de stroken grond voor zichzelf te houden en het bezit daarvan aan Gemeente Haarlemmermeer als rechthebbende te ontnemen, is naar oordeel van de rechtbank namelijk geen sprake. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 21 december 2020 met 42 producties van [eiser 1] en [eiser 2]; de door [eiser 1] en [eiser 2] op 30 december 2020 ingebrachte akte correctie van de dagvaarding; de conclusie van antwoord in conventie en voorwaardelijke eis in reconventie van 10 maart 2021 met 30 producties van Gemeente Haarlemmermeer; het tussenvonnis van 14 juli 2021, waarbij een mondelinge behandeling is gelast; de conclusie van antwoord in reconventie met producties 43 t/[letter] 47 van [eiser 1] en [eiser 2]; de mondelinge behandeling van 11 november 2021, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden en waarbij door beide partijen pleitaantekeningen zijn overgelegd. 1.2. De zaak is in verband met schikkingsonderhandelingen tussen partijen aangehouden tot 1 december 2021. Op die dag hebben partijen bericht dat het niet is gelukt een schikking te treffen en is om vonnis verzocht. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.1. [eiser 1] is sinds 27 februari 1986 eigenaar van het perceel te [adres 1] te [plaats 1] (kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummer [Kadaster nummer 1] hierna: het perceel van [eiser 1]), waarop sinds omstreeks 1972 een woonhuis is gelegen. Tot 1968 was Gemeente Haarlemmermeer eigenaar van dit perceel. 2.2. [eiser 2] is sinds 1 augustus 1988 eigenaar van het perceel te [adres 2] te [plaats 1] (kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummer [Kadaster nummer 2], hierna: het perceel van [eiser 2]), waarop sinds omstreeks 2000 een woonhuis is gelegen. Tot 1968 was Gemeente Haarlemmermeer eigenaar van dit perceel. 2.3. Onderstaande afbeelding geeft de huidige kadastrale situatie weer: {Afbeelding 1} De [adres 3] is in eigendom van Gemeente Haarlemmermeer (kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummer [kadaster nummer 1]). 2.4. De vijf percelen die grenzen aan de achterkant van het perceel van [eiser 1] (kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummers [kadaster nummer 2] t/[letter] [kadaster nummer 3]) zijn ook in eigendom van [eiser 1], waarop nu kassen zijn gelegen. Deze percelen zijn ontstaan uit het perceel dat voorheen bekend stond als gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummer [kadaster nummer 4]. De splitsing van deze percelen heeft plaatsgevonden naar aanleiding van overleg tussen [eiser 1] en Gemeente Haarlemmermeer over projectontwikkeling. In het kader van deze splitsing ontving [eiser 1] op 2 juni 2015 een e-mail van [betrokkene 1], stedenbouwkundig adviseur bij Gemeente Haarlemmermeer, voorzien van onderstaande luchtfoto met daarop aangegeven de beoogde verkaveling: {Afbeelding 1} 2.5. Met de groene streep in bovenstaande foto is door Gemeente Haarlemmermeer beoogd de grens van de percelen van [eiser 1] en [eiser 2] en gemeentegrond aan te duiden. Volgens [eiser 1] en [eiser 2] loopt deze groene streep dwars door hun voortuinen. 2.6. {Afbeelding 2 } {Afbeelding 3} Tussen partijen is dan ook een geschil ontstaan over de eigendom van de stroken grond als op onderstaande foto’s weergegeven, gelegen aan de noordelijke zijde van de percelen van [eiser 1] en [eiser 2] grenzend aan de [adres 3]. Deze stroken zullen hierna ‘Strook I’ ([eiser 1]) en ‘Strook II’ ([eiser 2]) genoemd worden en tezamen ‘de Stroken’. 2.7. Bij brief van 26 november 2015 is door notaris [betrokkene 2] namens [eiser 1] aan Gemeente Haarlemmermeer meegedeeld dat [eiser 1] door middel van verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van Strook I en is Gemeente Haarlemmermeer verzocht om mee te werken aan kadastrale overschrijving van Strook I. 2.8. Vervolgens hebben tussen januari 2016 en oktober 2017 [eiser 1] en Gemeente Haarlemmermeer contact gehad over de eigendom van Strook I, waarbij Gemeente Haarlemmermeer zich op het standpunt stelde dat zij daarvan de eigenaresse is. Zij hebben onderhandeld over de mogelijkheid voor [eiser 1] om Strook I van Gemeente Haarlemmermeer te kopen. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. 2.9. Bij brief van 8 november 2017 heeft Gemeente Haarlemmermeer aan [eiser 1] laten weten dat de gestelde verjaring niet wordt erkend en dat zij niet zal meewerken aan het verzoek tot inschrijving van de eigendomsverjaring in het Kadaster. 2.10. Bij brieven van 6 juni 2019 heeft Gemeente Haarlemmermeer aan [eiser 1] en [eiser 2] geschreven dat is geconstateerd dat [eiser 1] en [eiser 2] gebruik maken van stukken gemeentegrond in strijd met de in het bestemmingsplan opgenomen bestemming ‘Groen’. [eiser 1] en [eiser 2] zijn verzocht Stroken I en II te ontruimen en ontruimd te houden en aangekondigd is dat een last onder dwangsom opgelegd zal worden als zij aan dit verzoek geen gehoor geven. 2.11. Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft Gemeente Haarlemmermeer aan [eiser 1] en [eiser 2] een last onder dwangsom opgelegd. De last strekt tot het uiterlijk op 1 januari 2020 ontruimen en ontruimd houden van Stroken I en II. Het hiertegen op 13 november 2019 door [eiser 1] en [eiser 2] ingestelde bezwaar heeft Gemeente Haarlemmermeer op 30 november 2020 ongegrond verklaard. [eiser 1] en [eiser 2] hebben op 4 januari 2021 beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Holland, afdeling bestuursrecht. Gemeente Haarlemmermeer heeft de begunstigingstermijn van het besluit van 24 oktober 2019 verlengd tot zes weken na de datum van verzending van de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland op het ingediende beroepschrift. 2.12. Op 11 februari 2020 hebben [eiser 1] en [eiser 2] een omgevingsvergunning aangevraagd om Stroken I en II blijvend in strijd met het bestemmingsplan te mogen gebruiken. Bij brieven van 6 juli 2020 heeft Gemeente Haarlemmermeer aan [eiser 1] en [eiser 2] meegedeeld de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat [eiser 1] en [eiser 2] volgens haar geen belanghebbenden zijn. Tekst Tekst 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser 1] en [eiser 2] vorderen – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat [eiser 1] eigenaar is van Strook I; II. voor recht verklaart dat [eiser 2] eigenaar is van Strook II; III. Gemeente Haarlemmermeer beveelt zich te onthouden van handelingen, daaronder begrepen het aanschrijven van [eiser 1] en [eiser 2] tot ontruiming van Stroken I en II, die tot gevolg (kunnen) hebben dat [eiser 1] en [eiser 2] niet langer het ongestoorde bezit van Stroken I en II genieten; IV. Gemeente Haarlemmermeer veroordeelt tot vergoeding van alle schade die [eiser 1] en [eiser 2] lijden ten gevolge van een inbreuk op hun eigendomsrecht, althans op hun bezit, welke schade in een schadestaatprocedure zal moeten worden vastgesteld; V. Gemeente Haarlemmermeer veroordeelt tot betaling van de proceskosten. 3.2. [eiser 1] en [eiser 2] leggen – samengevat – primair aan de vorderingen ten grondslag dat zij rechthebbenden zijn van de Stroken ex artikel 3:119 BW, subsidiair dat zij door verkrijgende verjaring (ex artikel 3:99 BW), dan wel (meer subsidiair) bevrijdende verjaring (ex artikel 3:105 lid 1 BW) eigenaren zijn geworden van de Stroken. 3.3. Gemeente Haarlemmermeer betwist de vorderingen en voert – samengevat – aan dat zij steeds rechthebbende is gebleven van de Stroken. [eiser 1] en [eiser 2] hebben geen bezitsdaden verricht, laat staan te goeder trouw en/of 20 jaar of langer, zodat zij geen rechthebbenden van de Stroken zijn en eigendomsverkrijging door middel van verjaring niet aan de orde is. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in voorwaardelijke reconventie 3.5. Gemeente Haarlemmermeer vordert (voor het geval de rechtbank in conventie oordeelt dat de Stroken door [eiser 1] en [eiser 2] in bezit zijn genomen) – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat [eiser 1] en [eiser 2] onrechtmatig hebben gehandeld door de Stroken in bezit te nemen en te houden; II. [eiser 1] en [eiser 2] veroordeelt tot: - primair: a. het in eigendom overdragen en leveren van Strook I en/of II aan Gemeente Haarlemmermeer binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom, dan wel bepaalt dat het vonnis eenzijdig door Gemeente Haarlemmermeer kan worden ingeschreven in de daartoe bestemde registers van het Kadaster; b. het ontruimen en ontruimd houden van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie [letter], nummer [kadaster nummer 1], binnen drie maanden na betekening van dit vonnis. op straffe van verbeurte van een dwangsom; - subsidiair: betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; III. [eiser 1] en [eiser 2] veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.6. Gemeente Haarlemmermeer legt – samengevat – aan de vorderingen ten grondslag dat [eiser 1] en [eiser 2] jegens Gemeente Haarlemmermeer onrechtmatig handelen. Door de Stroken in bezit te nemen en houden, wetende dat Gemeente Haarlemmermeer daarvan de eigenaresse is, maken [eiser 1] en [eiser 2] immers inbreuk op het eigendomsrecht van Gemeente Haarlemmermeer. 3.7. [eiser 1] en [eiser 2] betwisten de vorderingen en voeren, primair, aan dat van onrechtmatig handelen geen sprake is, subsidiair dat zij niet wisten geen eigenaren van de Stroken te zijn en, meer subsidiair, dat de waarde van de Stroken minder is dan Gemeente Haarlemmermeer stelt. 3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie Toetsingskader 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag wie eigenaar van de Stroken is. Vast staat dat de Stroken kadastraal tot perceel [letter] [kadaster nummer 1] toebehoren (zie de kadastrale kaart onder 2.3), dat in eigendom is van Gemeente Haarlemmermeer, en [eiser 1] en [eiser 2] de Stroken niet door overdracht of opvolging onder algemene titel van Gemeente Haarlemmermeer hebben verkregen. [eiser 1] en [eiser 2] stellen echter (primair) dat de Stroken sinds 1970 integraal deel uitmaken van hun percelen, zodat [eiser 1] en [eiser 2] op grond van artikel 3:109 BW jö 3:119 BW worden vermoed de rechthebbende te zijn, althans (subsidiair) dat zij de Stroken door verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW), dan wel (meer subsidiair) bevrijdende verjaring (artikel 3:105 BW) in eigendom hebben verkregen. Gemeente Haarlemmermeer betwist die stellingen en voert (onder meer) aan dat [eiser 1] en [eiser 2] geen bezitsdaden hebben verricht. 4.2. De rechtbank stelt voorop dat voor het slagen van de door [eiser 1] en [eiser 2] ingenomen stellingen, inbezitneming van de Stroken vereist is. Op [eiser 1] en [eiser 2] rust de bewijslast dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.