|RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 9975854 \ CV EXPL 22-2407 Uitspraakdatum: 6 oktober 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de commanditaire vennootschap Energie Service Noord West C.V. gevestigd te Alkmaar de eisende partij gemachtigde: K.W.A. van der Meer tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.
- De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
- De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.
- De eisende partij stelt dat de gedaagde partij op 12 oktober 2021 via de website van de eisende partij een aanvraag heeft gedaan voor een onderhoudsabonnement. Deze overeenkomst is volgens de eisende partij uiteindelijk buiten de verkoopruimte (bij de gedaagde thuis) op 13 oktober 2021 tot stand gekomen. Ten aanzien van het onderhoudsabonnement heeft de eisende partij toegelicht dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. 2.
- De kantonrechter merkt op dat de onderhavige vordering niet ziet op het onderhoudsabonnement, maar op de kosten van de reparatie van een storing in de CV-ketel van de gedaagde partij op 13 oktober
- Uit de overgelegde stukken blijkt dat dit een separate overeenkomst betreft. Het feit dat in de dagvaarding staat dat de overeenkomst voor het onderhoudsabonnement pas is afgesloten nádat het onderhoud aan de CV-ketel heeft plaatsgevonden bevestigt dat. 2.
- Ten aanzien van de overeenkomst tot het uitvoeren van de reparatie heeft de eisende partij niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Wat is hiervan het gevolg? 2.
- Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.
- De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter