RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 22/3324 en HAA 22/3323 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2022 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Vereniging de Dorpsraad Schagerbrug, uit Schagerbrug, verzoekster (gemachtigden: [naam 1] en [naam 2] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, verweerder (gemachtigde: G.A.M. Vriend). Inleiding Bij verkeersbesluit van 26 januari 2022 heeft verweerder besloten om een 30 km/u-zone in te stellen op de Schagerweg in Schagerbrug. Bij besluit van 30 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder onder aanvulling van de motivering het verkeersbesluit in stand gelaten. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verzoekster en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit 1.1 Bij verkeersbesluit van 26 januari 2022, gepubliceerd op 28 januari 2022, heeft verweerder besloten om een 30 km/u-zone in te stellen op de Schagerweg in Schagerbrug, ter verbetering van de verkeersveiligheid met name voor het langzaam verkeer. Het inrichten van de 30 km/u-zone binnen de bebouwde komgrenzen past binnen de ambities van de gemeente om alle erftoegangswegen binnen de bebouwde komgrenzen duurzaam veilig in te richten. De invoering van een 30 km/u-zone in verblijfsgebieden is één van de maatregelen uit het Landelijke Programma Duurzaam Veilig Verkeer. Op de Schagerweg en aanliggende straten worden drempels, plateaus, bebording en andere snelheidsremmende verkeersmaatregelen aangebracht. De Schagerweg wordt volledig gereconstrueerd. Hierbij wordt de openbare ruimte ook duurzaam veilig ingericht en hiermee wordt de veiligheid en de leefbaarheid in het dorp vergroot. Om bovengenoemde doelen te realiseren, zullen de benodigde maatregelen en plaatsing van verkeerstekens, vanwege wettelijk voorgeschreven redenen, in twee fases dienen te gebeuren met verschillende besluiten van het gemeentebestuur. Met de hiervoor genoemde motivering neemt verweerder alvast als eerste fase het besluit tot het instellen van een 30 km/u-zone op de Schagerweg in Schagerbrug. Aan dit besluit wordt uitdrukking gegeven door het verwijderen van een aantal verkeersborden en het plaatsen van nieuwe verkeersborden. Tevens worden op twee plekken informatieborden (doorgaand vrachtverkeer) geplaatst. De locatie van de bijbehorende belijning en bebording wordt op de bij het besluit behorende situatietekening aangegeven. 1.2 In het bestreden besluit heeft verweerder, onder verwijzing naar het advies van de Commissie bezwaar van de gemeente Schagen (hierna: de Commissie), het verkeersbesluit in stand gelaten. Verweerder heeft daarbij een nadere onderbouwing gegeven met betrekking tot het al dan niet invoeren van een verbod op vrachtverkeer. Verweerder stimuleert het vrachtverkeer om niet door het dorpscentrum (het deel van de Schagerweg ten oosten van de Grote Sloot) te rijden door middel van informatieborden ‘doorgaand vrachtverkeer’. Net als verzoekster acht verweerder dit namelijk niet wenselijk. Een algeheel verbod voor vrachtverkeer (middels verkeersbord C7) is niet mogelijk, omdat dit zou betekenen dat het voor de inzameldienst voor afval en ander bestemmingsverkeer dan verboden is om daar te rijden. Dit stuit op praktische problemen. Een verbod op vrachtverkeer met verkeersbord C7 zou zodoende alleen mogelijk zijn in combinatie met een onderbord met een tekst ‘uitgezonderd inzameldienst afval en bestemmingsverkeer’, of een tekst van dergelijke strekking. Dit stuit echter op handhavingsproblemen, omdat niet/nauwelijks valt te controleren of een vrachtwagen valt onder bestemmingsverkeer en het te veel capaciteit vergt (politie en/of buitengewoon opsporingsambtenaren) om dit nauwlettend in de gaten te houden. Het beroep en het verzoek 2.1 Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoekster heeft aangevoerd dat, ondanks dat zowel verweerder als verzoekster voorstander is van het weren van vrachtverkeer op de Schagerweg in Schagerbrug, verweerder hiertoe niet overgaat met het plaatsen van bijbehorende verkeersborden. Daarnaast is de inrichting van de Schagerweg niet veilig genoeg. Tot slot heeft er, in tegenstelling tot wat vermeld staat in het verkeersbesluit, geen participatietraject plaatsgevonden. 2.2 Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de beoogde inrichting van de Schagerweg niet veilig genoeg is. Hierom moeten alle werkzaamheden opgeschort worden. Dit houdt in de voorbereiding tot en met de aanbesteding van het gunnen van het werk. Het wettelijk kader 3.1 Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) kunnen de krachtens de Wvw 1994 vastgestelde regels strekken tot: a. het verzekeren van de veiligheid op de weg; b. het beschermen van weggebruikers en passagiers; c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer. 3.2 Op grond van artikel 15 van de Wvw 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen in de volgende gevallen: De plaatsing of verwijdering van de verkeerstekens en onderborden - opgenomen in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) - voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. 3.3 Op grond van artikel 21 van BABW vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994 genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Beoordeling door de voorzieningenrechter 4.1 De voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep. 4.2 De voorzieningenrechter overweegt dat het in beroep gaat om de beoordeling van de zorgvuldigheid en rechtmatigheid van het verkeersbesluit en dat daarbij ook - zoals ter zitting is besproken - de afwijzing van het verbod voor vrachtwagens zal worden betrokken. Onzorgvuldige voorbereiding van het verkeersbesluit?
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.