RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummers: C/15/331709 / JURK 22-1368 (voorlopige ondertoezichtstelling en spoeduithuisplaatsing) en C/15/331794 / JU RK 22-1386 (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) Datum uitspraak: 19 september 2022 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Haarlem, hierna te noemen: de Raad, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [plaats] , advocaat: mr. R. Shahbazi, kantoorhoudende te Den Haag, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [plaats] , de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, gevestigd te Haarlem, hierna te noemen: de GI. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek van de Raad van 8 september 2022, ontvangen op 8 september 2022; - de beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en spoeduithuisplaatsing van 8 september 2022 van deze rechtbank; - het verzoek van de Raad van 12 september 2022, ontvangen op 12 september 2022; - het rapport van de Raad van 15 september 2022, ingekomen bij de griffie op 16 september 2022. Op 19 september 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:- de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ;- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;- [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad;- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI. Ten behoeve van de moeder was eveneens aanwezig haar coach, [coach] . De vader is niet verschenen. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige 1] verblijft in een 24-uurs voorziening. [minderjarige 2] verblijft bij de ouders. Bij beschikking van 8 september 2022 is [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 7 september 2022, voor de duur van drie maanden. Ook is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] verleend, met ingang van 7 september 2022, voor de duur van vier weken. De beslissing tot uithuisplaatsing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het verzoek is voor het overige aangehouden. De behandeling van het verzoek is bepaald op 19 september 2022 om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen door de kinderrechter te worden gehoord. De verzoeken De Raad heeft een voorlopige ondertoezichtstelling verzocht voor [minderjarige 1] en verzocht een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van 3 maanden. Vervolgens heeft de Raad verzocht om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. Daarnaast wordt de uithuisplaatsing in een 24-uurs voorziening verzocht voor beide kinderen; [minderjarige 1] voor de duur van zes maanden en [minderjarige 2] voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van de voorlopige ondertoezichtstelling en spoeduithuisplaatsing van [minderjarige 1] voert de Raad het volgende aan. [minderjarige 1] is een 15-jarige jongen die zelfbepalend gedrag laat zien. Er is sprake van ernstige problemen in de gezinssituatie. De communicatie tussen de gezinsleden onderling is kwetsend en grof en er is sprake van systemische problematiek. Ook is er sprake van eigen problematiek bij de moeder, waarbij in ieder geval sprake is van angst en dwang. De moeder doet zeer negatieve, grove uitspraken tegen en over [minderjarige 1] en ook de vader geeft aan dat de problemen aan [minderjarige 1] liggen. De moeder is aangesproken op haar kwetsende en schadelijke uitspraken. Zij zegt haar gedrag niet aan te passen, omdat de kinderen haar ook uitschelden. Op 7 september 2022 is er een conflict ontstaan in de thuissituatie. Moeder wil naar aanleiding van dit incident niet langer dat [minderjarige 1] thuis woont. [minderjarige 1] zou het liefste thuis wonen. [minderjarige 1] trekt zich weinig aan van wat er mag en niet mag. Hij toont zich ongevoelig voor consequenties. De ouders hebben geen grip meer op hem en de relatie tussen [minderjarige 1] en de ouders is verstoord. Ook op school kan [minderjarige 1] fors verbaal agressief zijn en is daarin niet te corrigeren. Mede om deze reden is hij na het beschieten van een docent met een gelblaster van school geschorst. Hierdoor heeft [minderjarige 1] geen dagstructuur meer. De Raad is bezorgd dat [minderjarige 1] zich in de huidige gezinssituatie eenzaam, niet gesteund en afgewezen voelt door zijn ouders. Het maakt de ouders niet uit waar en met wie [minderjarige 1] dan wel verblijft. Ook is er geen netwerk waar hij kan verblijven. Ter onderbouwing van het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voert de Raad het volgende aan. Uit het onderzoek is gebleken dat bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] thuis bijna dagelijks wordt geschreeuwd en gescholden. De kinderen krijgen regelmatig te horen dat ze niet goed genoeg zijn. Tussen de gezinsleden is een dynamiek ontwikkeld waarin zij elkaar uitschelden en naar beneden halen. [minderjarige 2] trekt zich terug. Zij vindt het moeilijk om sociale relaties aan te gaan en heeft weinig vrienden. Zij heeft geen veilige plek waar zij naartoe kan gaan en sluit zich af voor wat er thuis gebeurt. De school heeft zorgen over het verzuim van [minderjarige 2] en ziet ook dat het haar steeds minder goed lukt om haar emoties te reguleren. Een zorg is dat [minderjarige 2] steeds minder vertrouwen krijgt in de hulpverlening. De moeder heeft het gevoel dat zij er thuis alleen voor staat. Zij voelt zich zowel door haar gezin als door de hulpverlening onvoldoende gesteund en gehoord. Het lukt de moeder niet om het patroon te doorbreken, haar aandeel te zien en te praten over de pedagogische en emotionele behoeftes van de kinderen. De Raad ziet bij de moeder geen onwil, maar wel onmacht en onvermogen. De vader was aanvankelijk steunend voor de kinderen, maar is dat nu steeds minder. De kinderen ervaren daardoor minder veiligheid dan voorheen. Beide ouders geven aan dat het probleem zit in het gedrag van de kinderen en dat de kinderen moeten veranderen. Zij zien onvoldoende in dat de manier waarop zij de kinderen benaderen schadelijk is. Hoewel de ouders zeggen open te staan voor hulpverlening, lukt het hen onvoldoende hier gebruik van te maken. De Raad vindt dat de kinderen uit de destructieve dynamiek thuis moeten worden gehaald. Ze hebben afstand en rust nodig. Er zal vervolgens eerst zicht moeten komen op welke hulpverlening nodig is. Daarvoor zal er diagnostisch onderzoek bij de moeder moeten plaatsvinden, om te kijken met welke problematiek de moeder te maken heeft en welke hulp zij nodig heeft. Ook is het belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een hulpverlener krijgen die er alleen voor hen is. Een uithuisplaatsing is volgens de Raad nodig. Zowel de kinderen als de ouders kunnen dan tot rust komen om vanuit een rustigere basis het contact met elkaar te herstellen en op te bouwen. De band tussen [minderjarige 1] en de ouders is dermate beschadigd dat de Raad verwacht dat een langere tijd gewerkt moet worden aan het relatieherstel. Voor [minderjarige 2] wordt een kortere machtiging verzocht omdat de band met haar ouders minder beschadigd is. Ook heeft Kenter Jeugdhulp vanwege een eerder verblijf van [minderjarige 2] bij het JCK al meer zicht op wat [minderjarige 2] nodig heeft. Tijdens de zitting heeft de Raad hieraan toegevoegd dat de moeder steeds zegt te willen meewerken aan de hulpverlening, maar dat het niet lukt om het systeem te veranderen. De kinderen groeien al lange tijd op in een onveilige situatie. De moeder heeft momenteel nog onvoldoende vaardigheden om haar kinderen voldoende veiligheid te bieden. Zij zal zelf eerst een diagnostisch traject moeten ingaan. Pas daarna kan de systeemtherapie starten. Het standpunt van de belanghebbenden Door en namens de moeder is tijdens de zitting verklaard dat de moeder geen verweer voert tegen het verzoek tot ondertoezichtstelling. Zij vindt het fijn als er hulp komt. De moeder ziet in dat dingen anders moeten en staat open voor systeemtherapie. De moeder begrijpt ook dat voor [minderjarige 1] een spoedmaatregel is afgegeven omdat de situatie met hem was geëscaleerd. De moeder heeft [minderjarige 1] niet uit huis willen zetten maar bedoelde dat de situatie tussen hen moest afkoelen. De moeder verzet zich wel tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] . Uithuisplaatsing is volgens de moeder niet nodig. Binnen de verzochte termijnen zal het namelijk niet mogelijk zijn om hulpverlening op te starten. Daarnaast willen de kinderen zelf ook niet uithuisgeplaatst worden. Als de kinderen uithuisgeplaatst worden zal het gezin alleen maar uit elkaar groeien. De hulpverlening moet juist in de thuissituatie ingezet worden. Volgens de moeder houdt [minderjarige 1] zich niet aan de regels thuis. Hij wil alles zelf bepalen. Het conflict thuis wordt daardoor steeds groter. De moeder heeft een jaar lang om hulp gevraagd, maar deze hulp niet gekregen. Zij krijgt de schuld van alle problemen. Het klopt niet dat er al jaren zorgen zijn. Het is begonnen met de pubertijd van de kinderen. Mocht het opnieuw uit de hand (dreigen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.