RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9756681 \ CV EXPL 22-1443 Uitspraakdatum: 5 oktober 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Rainbow Holding B.V. gevestigd te Etten-Leur eiseres verder te noemen: Rainbow Holding gemachtigde: mr. R.A. Jong tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. W.F. Wienen De zaak in het kort In deze zaak vordert de eisende partij terugbetaling van een geldlening. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat de lening – en terugbetaling daarvan – niet meer opeisbaar en afdwingbaar is. 1Het procesverloop 1.
- Rainbow Holding heeft in een dagvaarding van 23 februari 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- Op 7 september 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Rainbow Holding heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Rainbow Holding nog stukken toegezonden. 2De feiten 2.
- [gedaagde] heeft op 7 januari 2014, 24 februari 2014, 19 maart 2014 en 17 juli 2014 een bedrag van in totaal € 6.000,00 van Rainbow Holding geleend. [bestuurder eiseres] (hierna: [bestuurder eiseres] ) is de bestuurder van Rainbow Holding. 2.
- Partijen hebben onder andere in 2017, 2021 en 2022 in e-mails en brieven over de lening gecorrespondeerd. 2.
- [gedaagde] heeft de geldlening niet terugbetaald. 3De vordering en het verweer 3.
- Rainbow Holding vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 9.471,
- Dit bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 6.000,00, een bedrag aan contractuele rente tot 20 januari 2022 van € 2.796,53 en een bedrag van € 675,00 aan incassokosten. Rainbow Holding legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaning in gebreke blijft om een geldlening af te lossen. 3.
- [gedaagde] betwist de vordering. Zij voert daartoe aan – samengevat – dat Rainbow Holding de lening al enkele jaren geleden heeft kwijtgescholden, althans heeft omgezet naar een gift. Volgens [gedaagde] blijkt dat uit een e-mail van [bestuurder eiseres] van 8 februari
- [gedaagde] stelt dat inmiddels alleen nog sprake kan zijn van een natuurlijke verbintenis, en niet meer van een afdwingbare verbintenis, zodat zij niet verplicht is de lening terug te betalen. 4De beoordeling 4.
- Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot terugbetaling van een lening van € 6.000,00 en rente daarover. 4.
- Vast staat dat [gedaagde] in 2014 een bedrag van in totaal € 6.000,00 heeft geleend van Rainbow Holding. Deze lening is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst van 17 juli
- 4.
- De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] dat zij niet meer veroordeeld kan worden om de lening terug te betalen, omdat deze is omgezet in een natuurlijke verbintenis. Daarvoor wordt het volgende overwogen. 4.
- Volgens de wet is een natuurlijke verbintenis een rechtens niet-afdwingbare verbintenis. Een natuurlijke verbintenis bestaat onder meer wanneer de wet of een rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt. 4.
- [bestuurder eiseres] heeft namens Rainbow Holding in een e-mail van 8 februari 2017 aan [gedaagde] meegedeeld dat hij een incassoprocedure tegen haar heeft geannuleerd. Daaraan heeft [bestuurder eiseres] het volgende toegevoegd: “Belangrijker is de conclusie dat ik je geholpen heb vanuit een goede intentie en dat ik ook zo'n persoon wil zijn. Geen zaken doen met het invorderingsbedrijf is een dure les voor mij. lk laat het verder nu los. lk vertrouw op de universe dat dat wel geregeld wordt. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn en nog een bedrag willen terugbetalen, dan weet je mij te vinden.” 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de hiervoor aangehaalde bewoordingen van [bestuurder eiseres] in de e-mail van 8 februari 2017 niet anders worden begrepen dan dat [bestuurder eiseres] namens Rainbow Holding afstand heeft gedaan van ieder vorderingsrecht ten aanzien van de lening en de opeisbaarheid daarvan. Daarbij is van belang dat [bestuurder eiseres] in die e-mail de aanspraak op terugbetaling van de lening niet alleen heeft beperkt tot het geval waarin [gedaagde] daartoe “ooit in de gelegenheid” is, maar ook ervan afhankelijk heeft gemaakt of [gedaagde] nog een bedrag zal “willen terugbetalen”. Met die mededeling heeft [bestuurder eiseres] terugbetaling van de lening volledig afhankelijk gemaakt van de wil en de wens van [gedaagde] om terug te betalen. Die mededeling is daarmee een rechtshandeling die aan de verbintenis, de verplichting tot terugbetaling van de lening, de afdwingbaarheid onthoudt. De lening tussen partijen is daarom omgezet in een natuurlijke verbintenis die niet meer opeisbaar en afdwingbaar is. [gedaagde] kan dus niet worden veroordeeld tot terugbetaling van de lening. Er hoeft gelet daarop niet meer te worden beoordeeld of [gedaagde] in de gelegenheid is tot terugbetaling. 4.
- De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van Rainbow Holding moet worden afgewezen. Het beroep van [gedaagde] op verjaring behoeft daarom geen bespreking meer. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van Rainbow Holding, omdat zij ongelijk krijgt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt Rainbow Holding tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 622,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] . Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 6:3 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 6:3 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.