RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Haarlem Zaaknummer: 9615205 \ BM VERZ 22-20 jb Uitspraakdatum: 1 februari 2022 Beschikking van de kantonrechter In het bewind van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: betrokkene, van wie de bewindvoerders zijn H.H. Daniël-van Randwijk en N.S. Daniël, h.o.d.n. A&O Bewindvoering en Budgetbeheer, gevestigd te Alkmaar. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van de rekening en verantwoording over de jaren 2019 en 2020, zoals door de bewindvoerders zijn ingediend. Op 3 januari 2022 heeft een onderhoud plaatsgevonden vanwege voornoemde financiële verantwoordingen. beoordeling Bij beschikking van 21 mei 2014 is een bewind ingesteld over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren op grond van problematische schulden. Na controle van de rekening en verantwoording over 2019 heeft de griffier de bewindvoerders het volgende bericht op 20 maart 2020: “Bij de controle van de rekening en verantwoording is gebleken dat er geen problematische schulden (meer) zijn. Het bewind is destijds ingesteld vanwege problematische schulden. Dit betekent dat de grond voor het bewind is weggevallen. U krijgt maximaal een jaar de tijd, in casu tot 20 maart 2021 om betrokkene naar zelfredzaamheid te begeleiden. U dient zo spoedig mogelijk na afronding van het zelfredzaamheidstraject, maar in ieder geval voor 20 maart 2021 een door u en betrokkene ondertekend verzoek tot opheffing te doen. Als u en rechthebbende van mening zijn dat het bewind voortgezet moet worden, dan dient u gezamenlijk een gemotiveerd verzoek tot wijziging van de grond van het bewind in te dienen. In het verzoek dient u tevens aan te geven of de publicatie van het bewind in het Centraal Curatele en Bewindregister gehandhaafd moet blijven.” Omdat geen bericht van de bewindvoerders voor de gevraagde datum was ontvangen, heeft de griffier nogmaals om een reactie gevraagd. Er is daarvoor tot uiterlijk 2 december 2021 de tijd gegeven. Omdat wederom niets van de bewindvoerders is vernomen zijn zij en betrokkene opgeroepen voor een onderhoud met de kantonrechter. Betrokkene en N.S. Daniel, hierna te noemen de bewindvoerder, zijn ter zitting verschenen. De bewindvoerder heeft verklaard dat hij de berichten van de griffier heeft gelezen en heeft besproken met betrokkene. Betrokkene heeft daarop de bewindvoerder laten weten dat zij het bewind wil laten doorlopen. Omdat betrokkene geen deskundigen verklaring heeft waaruit blijkt dat de grond van het bewind moet worden omgezet naar haar “geestelijke en/of lichamelijke toestand” in plaats van de grond “problematische schulden” hebben de bewindvoerder en betrokkene er voor gekozen om geen wijziging van de grond te verzoeken. De kantonrechter is van oordeel dat het bewind onmiddellijk opgeheven dient te worden nu de grond aan het bewind is ontvallen. Betrokkene heeft verklaard dat zij in augustus 2019 een schone lei heeft ontvangen. Vanaf dat moment had de bewindvoerder een verzoek tot opheffing van het bewind of wijziging grond kunnen indienen, danwel met betrokkene een zelfredzaamheidstraject dienen in te gaan. De kantonrechter acht het onbegrijpelijk dat een professionele bewindvoerder deze route niet heeft bewandeld en bovendien bewust niet heeft gereageerd op brieven van de rechtbank. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de bewindvoerders zich niet als goed bewindvoerders hebben gedragen, en zij in beginsel schadeplichtig zijn ten opzichte van betrokkene. De kantonrechter zal bepalen dat aan de bewindvoerders geen eindvergoeding toekomt voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording, nu de bewindvoerders welbewust het bewind, zonder dat daartoe nog enige grond bestond, hebben laten doorlopen. beslissing De kantonrechter: heft op, met ingang van heden, het bij beschikking van 21 mei 2014 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [betrokkene] ; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat aan de bewindvoerders geen beloning toekomt voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording; Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.