RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9988331 \ CV EXPL 22-3317 Uitspraakdatum: 19 oktober 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de commanditaire vennootschap Energie Service Noord West C.V. gevestigd te Alkmaar de eisende partij gemachtigde: gerechtsdeurwaarder K.W.A. van der Meer tegen [gedaagde] wonende te [plaats], gemeente [gemeente] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.
- De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
- De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.
- De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230m lid 1 BW 2.
- De eisende partij heeft nagelaten toe te lichten op welke wijze de twee overeenkomsten tot stand zijn gekomen waarvan zij nu betaling vordert en op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieplichten. De eisende partij heeft weliswaar gesteld dat de gedaagde partij telefonisch en via de website contact met haar heeft opgenomen, maar niet concreet en onderbouwd per overeenkomst toegelicht op welke wijze de overeenkomsten tot stand zijn gekomen en welke informatie daarbij op welke manier is verstrekt. Ten aanzien van de overeenkomst van 1 december 2021 is bovendien helemaal geen toelichting overgelegd. De kantonrechter kan daardoor niet vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Artikel 6:230v lid 7 BW 2.
- De eisende partij heeft tevens niet toegelicht op welke wijze heeft voldaan aan de contractuele verplichting van artikel 6:230v lid 7 BW. Een bestelbevestiging die aan de eisen van artikel 6:230v lid 7 BW voldoet, ontbreekt. Wat is hiervan het gevolg? 2.
- Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.
- De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter