RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10123460 \ CV EXPL 22-5813 Uitspraakdatum: 19 oktober 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Greenacre Capital Group B.V., voorheen genaamd Incassopartners B.V. gevestigd te Leiden de eisende partij gemachtigde: LikiFin tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.2. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230m lid 1 BW 2.3. De eisende partij heeft nagelaten een met schermafdrukken onderbouwde toelichting op het bestelproces te overleggen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Artikel 6:230v lid 3 BW 2.4. De eisende partij heeft ook niet voldoende toegelicht hoe de bestelknop luidt die de consument moet aanklikken voordat het bestelproces wordt afgerond en waarbij voor de consument een betalingsverplichting ontstaat. De eisende partij moet concreet stellen en onderbouwen welke bestelknop de consument moet aanklikken en hoe de bewoordingen op die bestelknop luiden. Dit heeft zij nagelaten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat aan de gedaagde partij een duidelijke mededeling is gedaan dat met het aanklikken van de bestelknop een betalingsverplichting wordt aangegaan en dat dus voldaan is aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Artikel 6:230v lid 7 BW 2.5. Tevens heeft eisende partij niet voldoende toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. De eisende partij heeft een bestelbevestiging overgelegd, zonder daarop een toelichting te geven. Bovendien ontbreekt een zogenaamde header zodat (ook) niet kan worden vastgesteld dat deze aan de gedaagde partij is gestuurd. Consumentenkredietovereenkomst 2.6. Tot slot heeft de kantonrechter geconstateerd dat tussen de (rechtsvoorganger van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.