← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:9721

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8830325 \ CV EXPL 20-8779 (RH) Uitspraakdatum: 19 oktober 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Limited gevestigd te Hong Kong (China) eiser hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht United Airlines Inc. gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mrs. R.L.S.M. Pessers en J.I.J. van Pelt 1Het procesverloop 1.

  1. AirHelp heeft bij dagvaarding van 30 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier op 27 oktober 2018 diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport (AMS) via Chicago O’Hare International Airport (ORD), Verenigde Staten, naar Tampa International Airport (TPA), Verenigde Staten. 2.
  4. De vlucht van Amsterdam naar Chicago, met vluchtnummer: UA908 (hierna: de vlucht), heeft vertraging opgelopen, waardoor de passagier de aansluitende vlucht heeft gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht en met een vertraging 3 uur en 31 minuten aangekomen op de eindbestemming. 2.
  5. De passagier heeft haar vermeende vordering middels cessie overgedragen aan AirHelp. 2.
  6. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
  7. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
  8. AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  9. AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,
  10. 4Het verweer 4.
  11. De vervoerder betwist de hoogte van de vordering. Hij voert aan dat de passagier met een vertraging van minder dan 4 uur op de eindbestemming is aangekomen, waardoor de compensatievordering van AirHelp gehalveerd dient te worden conform artikel 7 van de Verordening. De vervoerder voert voorts aan dat AirHelp niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht, nu AirHelp reeds in een eerdere procedure op de hoogte is gebracht van het hiervoor genoemde verweer van de vervoerder en heeft nagelaten dit verweer op te nemen in de dagvaarding. 5De beoordeling 5.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  13. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming te Tampa, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. 5.
  14. De vervoerder voert aan dat het recht op compensatie ad € 600,00 gehalveerd dient te worden, nu de passagier met een aankomstvertraging van 3 uur en 31 minuten is aangekomen op de eindbestemming. De vervoerder beroept zich daarbij op artikel 7 lid 2 sub c van de Verordening, waaruit volgt dat een luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert het compensatiebedrag met 50% kan verlagen indien de passagier een andere vlucht naar haar eindbestemming is aangeboden en de aankomsttijd niet meer dan 4 uur afwijkt van de aankomsttijd van de oorspronkelijk geboekte vlucht. AirHelp heeft dit verweer van de vervoerder niet betwist, waardoor vast staat dat de vervoerder gerechtigd is het compensatiebedrag van € 600,00 met 50% te verlagen. Dit betekent dat aan AirHelp een bedrag van € 300,00 aan hoofdsom zal worden toegewezen. 5.
  15. Voorts voert de vervoerder aan dat AirHelp niet aan de substantiëringsplicht heeft voldaan, nu AirHelp reeds vóór het starten van deze procedure op de hoogte was van de verweren van de vervoerder en heeft nagelaten deze verweren op te nemen in haar dagvaarding. Daarnaast heeft AirHelp de vervoerder niet in de gelegenheid gesteld om de compensatie buiten rechte te voldoen, aldus de vervoerder. Volgens de vervoerder is hij hierdoor in zijn belangen geschaad, aangezien de vervoerder mogelijk veroordeeld zal worden tot een hogere proceskostenveroordeling dan noodzakelijk was geweest. 5.
  16. De kantonrechter overweegt als volgt. In het exploot van de dagvaarding moeten de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor worden vermeld (artikel 111 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het idee daarachter is dat daarmee wordt bereikt dat het geschil eerder in zijn werkelijke omvang op tafel komt te liggen en dat sneller tot de kern kan worden doorgedrongen. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Volgens de vervoerder heeft AirHelp niet alleen nagelaten het reeds bij hem bekende verweer van de vervoerder te vermelden, maar heeft AirHelp daarentegen een geheel ander standpunt in de dagvaarding opgenomen. AirHelp heeft het een en ander niet betwist. Hij heeft zich in de conclusie van repliek enkel op het standpunt gesteld dat onderhavige procedure niet kon worden voorkomen. De kantonrechter begrijpt dat AirHelp zich op het standpunt stelt dat de vervoerder niet nodeloos in de onderhavige procedure is betrokken, omdat de vervoerder al eerder door de passagier (bijgestaan door dezelfde gemachtigde) is gedagvaard, met betrekking tot dezelfde vlucht en dat aan de vervoerder voorafgaand aan de dagvaarding in die procedure (21 augustus 2019) op 29 juli 2019 een “Letter before action” is gestuurd. Volgens AirHelp is de vervoerder meermaals in de gelegenheid gesteld om de compensatie in de onderhavige zaak te voldoen. Van deze gelegenheid heeft de vervoerder geen gebruik gemaakt, aldus AirHelp. De kantonrechter overweegt dat gesteld noch gebleken is dat AirHelp nadat de passagier niet-ontvankelijk is verklaard de vervoerder heeft aangeschreven om tot een buitengerechtelijke oplossing te komen. 5.
  17. De kantonrechter ziet in het voorgaande, waarbij AirHelp op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen én de substantiëringsplicht heeft geschonden, aanleiding om niet de vervoerder maar AirHelp conform het liquidatietarief te veroordelen in de proceskosten. 5.
  18. Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. AirHelp heeft de wettelijke rente gevorderd met ingang “vanaf datum vlucht”. Zoals de vervoerder heeft aangevoerd, heeft het Hof in het Nelson-arrest van 23 oktober 2012 (C-581/10) overwogen dat met een vertraagde vlucht gepaard gaand tijdverlies niet als “schade voortvloeiend uit vertraging” in de zin van artikel 19 van het Verdrag van Montreal kan worden aangemerkt en daarmee niet binnen de werkingssfeer van artikel 29 van dat Verdrag kan vallen. Hieruit volgt echter niet – zoals de vervoerder meent - dat evenmin sprake is van schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW. De compensatie betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW. Deze schade is gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 27 oktober 2018, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2018 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 6.
  20. veroordeelt AirHelp in de proceskosten, die aan de kant van de vervoerder worden begroot op een bedrag van € 248,00 aan salaris gemachtigde; 6.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  22. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.