RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10051888 \ CV EXPL 22-2977 Uitspraakdatum: 20 oktober 2022 Vonnis in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht Azzurro Investments S.Á. R.L. gevestigd te Luxemburg (Luxemburg) de eisende partij gemachtigde: Active Collecting Control & Services B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats], gemeente [gemeente] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.2. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230m lid 1 BW 2.3. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij schermafbeeldingen van de webwinkel (maxict.
- nl)overgelegd zonder concreet toe te lichten wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. De toelichting van de eisende partij op deze schermafbeeldingen bestaat uit het opsommen van de subonderdelen van artikel 6:230m lid 1 BW waarbij wordt verwezen naar overgelegde schermafbeeldingen van de webwinkel, algemene voorwaarden en een bestelbevestiging. Dit volstaat echter niet. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. In een situatie als de onderhavige betekent dit dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier, moet aangeven op welke schermafbeelding welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW te vinden is. Artikel 6:230v lid 7 BW 2.4. De eisende partij heeft ook niet voldoende toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. De eisende partij heeft een bestelbevestiging en een factuur overgelegd. In de bestelbevestiging ontbreekt een zogenaamde header zodat niet kan worden vastgesteld dat deze aan de gedaagde partij is gestuurd. De overgelegde factuur, die ook als duurzame gegevensdrager kan worden aangemerkt, voldoet niet aan de eisen van artikel 6:230v lid 7 BW. Consumentenkredietovereenkomst 2.5. De kantonrechter is verder, met de eisende partij, van oordeel dat ook sprake is van een consumentenkredietovereenkomst. 2.6. De kantonrechter constateert echter dat de eisende partij in haar dagvaarding onvoldoende (duidelijk) heeft gesteld en onderbouwd (
- i)dat is voldaan aan de bepalingen van titel 7:2A BW, in het bijzonder de informatieplichten van artikel 7:60 BW, en de kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 lid 1 Wet op het financieel toezicht, of (
- ii)dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 onder e BW. Wat is hiervan het gevolg? 2.7. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.8. De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.9. De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter