vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/333355 / HA ZA 22-652 Vonnis van 15 februari 2023 in de zaak van 1 [eiser1], wonende te [woonplaats],
- [eiser2], wonende te [woonplaats],
- [eiser3], wonende te [woonplaats],
- [eiser4], wonende te [woonplaats],
- [eiser5], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. K. Chr. Spee te [woonplaats], tegen 1 [gedaagde1], wonende te [woonplaats],
- [gedaagde2], wonende te [woonplaats],
- [gedaagde3], wonende te [woonplaats], gedaagden, advocaat mr. M.J.P. Schipper te Alkmaar. Partijen zullen hierna eisers en gedaagden genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 18 januari 2023 het B16 formulier van de zijde van eisers van 8 februari 2023 met daarbij een kopie van de betekende oproepingen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- Bij tussenvonnis van 18 januari 2023 heeft de rechtbank eisers in de gelegenheid gesteld om ex artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) binnen twee weken na die datum de dagvaarding en het tussenvonnis te betekenen aan de heer [A.] (hierna: [A.]), en hem op te roepen om uiterlijk 15 februari 2023, niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat, in deze procedure te verschijnen. 2.
- Bij B16 formulier heeft mr. R. Raspoort namens eisers toegelicht dat – gezien het feit dat de heer [A.] reeds is overleden – eisers de gezamenlijke erfgenamen hebben opgeroepen in overeenstemming met artikel 53 lid 2 Rv. Een kopie van de betekende oproepingen is bijgesloten. 2.
- Blijkens deze overgelegde kopie van de betekende oproepingen hebben eisers op 31 januari 2023 de gezamenlijke erfgenamen van erflaatster gedagvaard, te weten [gedaagde1] en [gedaagde2]. Deze personen zijn echter op 20 oktober 2022 al gedagvaard en hebben zich middels hun advocaat al gesteld in deze procedure. 2.
- Zoals bij tussenvonnis van 18 januari 2023 is overwogen, dienen alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden opgeroepen. In het testament van [B.] (erflaatster) van 6 april 2018, waarvan in deze procedure de nietigheid ter discussie staat, is, voor zover van belang, bepaald: ‘in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met de heer [A.]; (…) I. (…) II. Ik benoem tot mijn enige en algehele erfgenaam mijn genoemde echtgenoot. III. (…) Plaatsvervulling Voor het geval een of meer van mijn hiervoor benoemde erfgenamen voor mij mochten of mochten zijn overleden met achterlating van afstammelingen zullen deze afstammelingen als bij wettelijke plaatsvervulling zijn opgeroepen tot het erfdeel van hun vooroverleden ouder terwijl bij gebreke van afstammelingen er aanwas zal plaatsvinden’. 2.
- Nu [A.] blijkt te zijn overleden moeten – gelet op het testament van 6 april 2018 – bij wijze van plaatsvervulling de afstammelingen van [A.] worden gedagvaard. Omdat het de rechtbank niet bekend is óf [A.] afstammelingen heeft, zullen eisers in de gelegenheid worden gesteld eventuele afstammelingen van [A.] alsnog te dagvaarden en deze afstammeling(en) op te roepen in deze procedure te verschijnen. Voor zover [A.] geen afstammelingen heeft achtergelaten zullen eisers daarvan op de rol van 15 maart 2023 bij akte bewijs moeten overleggen. 3De beslissing De rechtbank 3.
- geeft eisers de gelegenheid - om binnen twee weken na heden de dagvaarding, het tussenvonnis van 18 januari 2023 en dit vonnis te betekenen aan de eventuele afstammeling(en) van de heer [A.], en hem/haar/hen op te roepen om uiterlijk 15 maart 2023, niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat, in deze procedure te verschijnen, dan wel - om op de rol van 15 maart 2023 een akte te nemen met het doel als in rechtsoverweging 2.5 beschreven, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 15 februari
- type: 1589 coll: