beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Verschoningskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/335315/HA RK 22-221 Beslissing van 4 januari 2023 Op het verzoek tot verschoning ingediend door: mr. drs. W. Aardenburg hierna te noemen: de kantonrechter. 1Procesverloop 1.1 De kantonrechter heeft op 2 januari 2023 schriftelijk verzocht zich te mogen verschonen in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer 10211138 AO VERZ 22-132, hierna te noemen: de hoofdzaak. 2De beoordeling 2.1 Een rechter kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt hierbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). 2.2 De kantonrechter heeft ter onderbouwing van het verzoek, samengevat, het volgende aangevoerd. De hoofdzaak betreft een verzoek tot onder andere de vernietiging van een ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft eerder een vordering van de werkgever om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden afgewezen. De werkgever is van die beslissing in hoger beroep gegaan en de stand van de zaak in hoger beroep is niet bekend. Aan het ontslag op staande voet in de hoofdzaak liggen dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag als die in de eerdere ontbindingszaak een rol speelden. 2.3 In het licht van het in 2.1 weergegeven uitgangspunt dient beoordeeld te worden of de door de kantonrechter aangevoerde argumenten voldoende grond bieden voor toewijzing van het verzoek tot verschoning. Dat is het geval. Hetgeen de kantonrechter aan haar verzoek tot verschoning ten grondslag heeft gelegd, kan in dit geval leiden tot bij (een van) de partijen bestaande objectief gerechtvaardigde vrees van schade aan de rechterlijke onpartijdigheid. 2.4 De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve een grond voor verschoning. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen. 3Beslissing De rechtbank 3.1 wijst het verzoek van de kantonrechter tot verschoning toe, 3.2 bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere kantonrechter en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, 3.3 beveelt de griffier onverwijld aan de kantonrechter en de partijen in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.A.C. Everaerts, voorzitter, mr. F. Kleefmann en mr. E.J. Bellaart, leden van de verschoningskamer, in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2023. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.