← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:1891

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10265147 \ CV EXPL 23-106 Uitspraakdatum: 22 februari 2023 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Uitvaartcentrum Texel B.V. gevestigd te Den Burg de eisende partij gemachtigde: gerechtsdeurwaarder K.W.A. van der Meer tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.

  1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  2. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 2.900,13, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. 2.
  3. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.
  4. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. 2.
  5. De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 2.
  6. De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  7. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.434,71, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.900,13 vanaf 29 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
  8. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 154,74 wegens dagvaardingskosten, € 487,00 wegens griffierecht en € 232,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
  9. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 116,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 3.
  10. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  11. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.