RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10238777 \ WM VERZ 22-1200 CJIB-nummer : 247894141 Uitspraakdatum : 24 januari 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, Meerts Belastingadvies en Rechtsbijstand B.V.. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 24 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C 6 bijlage I RVV
- Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene voert aan dat de foto van de gedraging niet voldoet aan het Beleidskader omdat de contouren van het voertuig niet geheel zichtbaar zijn. De kantonrechter overweegt dat op de in het dossier aanwezige foto van de gedraging het voertuig en daarmee de contouren van het voertuig, voldoende zichtbaar zijn. Op de foto is de kentekenplaat zichtbaar en er is duidelijk zichtbaar dat er sprake is van een witte bedrijfsauto. Aan de hand van deze foto en de overige informatie in het dossier kan voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig van betrokkene. Overigens zien de eisen aan de foto's, dat de contouren van het voertuig en een databalk zichtbaar moeten zijn, niet op de wijze waarop de ambtenaar van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen gebruik moet maken. Daarmee zijn deze eisen niet te beschouwen als beleidsregels in de zin van artikel 3, derde lid, Wahv (uitspraak d.d. 28 oktober 2022, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9217). De boete is terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: