RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10026297 CV EXPL 22-4573 Uitspraakdatum: 19 april 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Voldaan Factoring B.V. gevestigd en kantoor houdende te ’s-Hertogenbosch, eiseres verder te noemen: Voldaan Factoring gemachtigde: K.W.A. van der Meer, tegen de besloten vennootschap SFM Group B.V. gevestigd en kantoor houdende te Haarlem, gedaagde verder te noemen: SFM Group gemachtigde: Y.A.E.H. Mohamed. 1Het procesverloop 1.
- Voldaan Factoring heeft bij dagvaarding van 14 juli 2022 een vordering tegen SFM Group ingesteld. SFM Group heeft mondeling geantwoord. Daarin heeft de gemachtigde van SFM Group onder meer verzocht om een termijn om het verweer op schrift te stellen. Hiervoor is SFM Group nog een termijn gegeven, maar het (nadere) schriftelijke verweer is niet binnen de termijn ontvangen en buiten beschouwing gelaten. 1.
- In een tussenvonnis van 14 december 2022 is een mondelinge behandeling bepaald op 27 maart
- De zitting heeft op die datum plaatsgevonden. Voorafgaand aan de zitting heeft SFM Group bij brief van 23 november 2022 nog stukken toegezonden. Namens SFM Group is niemand verschenen ter zitting. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. 2De feiten 2.
- SFM Group heeft op 14 oktober 2022 een overeenkomst gesloten met Prisma Kozijnen B.V. voor de levering van diverse kozijnelementen. Deze zaken zijn geleverd aan SFM Group. 2.
- Zoals vermeld op haar factuur heeft Prisma Kozijnen B.V. haar vordering overgedragen aan Voldaan Factoring. Daarna is deze vordering ad € 9.686,55 door Voldaan Factoring verkocht aan Voldaan Finance B.V. Deze laatste heeft de vordering op 5 juni 2022 terug verkocht en gecedeerd aan Voldaan Factoring. De kennisgeving hiervan bevindt zich bij de stukken. 2.
- Ondanks meerdere sommaties heeft SFM Group de vordering niet betaald. 3De vordering en het verweer 3.
- Voldaan Factoring vordert dat de kantonrechter SFM Group veroordeelt tot betaling van € 9.986,55 aan hoofdsom, € 2.003,15 aan reeds verschenen contractuele rente, te vermeerderen met contractuele rente en primair € 1.452,98 of subsidiair € 874,33 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling van de proceskosten en de nakosten. 3.
- Voldaan Factoring legt aan de vordering ten grondslag dat SFM Group wanprestatie pleegt door, ondanks sommaties, de vordering niet te betalen. 3.
- SFM Group betwist de vordering. Zij erkent de bestelling en leverantie, maar voert aan dat zij niet kan betalen omdat haar cliënt haar niet wil betalen omdat hij niet tevreden is over de kozijnen. 4De beoordeling 4.
- Het verweer van SFM Group gaat niet op. Niet is gesteld of gebleken dat zij bij Prisma en/of bij Voldaan heeft geklaagd over de kozijnen en/of Prisma in verband daarmee in gebreke heeft gesteld. De enkele overgelegde verklaring van haar klant kan SFM Group niet helpen. 4.
- De vordering van Voldaan is dan ook in beginsel toewijsbaar, behalve het navolgende. 4.
- De kantonrechter stelt voorop dat uit het lichaam van de dagvaarding en de overgelegde factuur blijkt dat de hoofdsom € 9.686,55 bedraagt. Voldaan heeft ter zitting erkend dat dit juist is en dat de in het petitum vermelde hoofdsom van € 9.986,55 berust op een verschrijving. De hoofdsom kan tot het bedrag van € 9.686,55 worden toegewezen. 4.
- De gevorderde contractuele rente over de hoofdsom ad 12% heeft Voldaan gebaseerd op de algemene voorwaarden van Prisma die op de overeenkomst tussen Prisma en SFM Group van toepassing zouden zijn. Deze algemene voorwaarden zijn echter niet in het geding gebracht, zodat Voldaan haar stelling ter zake van de contractuele rente onvoldoende heeft onderbouwd. Om die reden ziet de kantonrechter aanleiding in plaats van de contractuele rente de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW toe te wijzen en wel vanaf 12 januari 2021 (welke datum als vervaldatum door Voldaan in de akte van cessie van 5 juni 2022 is vermeld), een en ander op de wijze als hierna onder ‘de beslissing’ wordt vermeld. 4.
- De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen over de toegewezen hoofdsom, overeenkomstig de op grond van artikel 96 lid 4 boek 6 BW vastgestelde normering die in het Besluitvergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is opgenomen. Voor toewijzing van een hoger bedrag aan deze kosten bestaat hier geen grond. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van SFM Group, omdat zij ongelijk krijgt. 4.
- Een kostenveroordeling levert ook voor de nakosten een executoriale titel op. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat dus een veroordeling tot betaling van de nakosten. De rechtbank zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt SFM Group tot betaling aan Voldaan Factoring B.V. van € 9.686,55 (negenduizend zeshonderdzesentachtig euro en vijfenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 12 januari 2021 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt SFM Group tot betaling aan Voldaan Factoring B.V. van € 859,33 aan buitengerechtelijke incassokosten; 5.
- veroordeelt SFM Group tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Voldaan tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 108,41 griffierecht € 1.384,00 salaris gemachtigde € 660,00 ; 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter