RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8008759 \ CV EXPL 19-12965 Uitspraakdatum: 22 maart 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1] , wonende te [woonplaats] 2. [passagier sub 2], wonende te [woonplaats] 3. [passagier sub 3] 4. [passagier sub 4], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kind [minderjarige 1] 5. [passagier sub 5] 6. [passagier sub 6]allen wonende te [woonplaats] 7. [passagier sub 7], wonende te [woonplaats] 8. [passagier sub 8], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kinderen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] 9. [passagier sub 9] allen wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Swiss International air Lines AG, Swiss International Air Lines SA, Swiss International Air Lines Ltd gevestigd te Basel (Zwitserland) en kantoorhoudende te Schiphol gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. E.A. Pluijm en mr. L.E. Schalk 1Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 17 april 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben zich vervolgens bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van de vervoerder. 2De feiten 2.1. Passagiers sub 1, sub 2 en sub 7 hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Zürich International Airport (Zwitserland) naar Hong Kong International Airport (Hong Kong) op 1 augustus 2017 en op 2 augustus 2017. 2.2. Passagiers sub 3 tot en met sub 6 en passagiers sub 8 en sub 9 hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Zürich International Airport naar OR Tambo International Airport (Zuid-Afrika) op 1 augustus 2017 en op 2 augustus 2017. 2.3. Vlucht LX735 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Zürich International Airport (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagiers hun aansluitende vluchten naar Hong Kong International Airport dan wel naar OR Tambo International Airport hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten waarmee zij meer dan 14 uur laten zijn aangekomen op de overeengekomen eindbestemmingen. 2.4. EUclaim heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.5. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 2.6. Passagiers sub 4 en sub 8 zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren. 3De vordering en het verweer 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 7.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2017, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 847,00 dan wel € 889,35 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden. 4.3. De vraag die voorligt is of de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.4. De vervoerder heeft aangevoerd dat de onderhavige vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatievluchten Amsterdam-Zürich-Amsterdam (vluchten LX734 en LX735). Op 1 augustus 2017 was sprake van slecht weer, te weten onweer, te Zürich. Vanwege de slechte weersomstandigheden werd de grondafhandeling meerdere malen tijdelijk opgeschort, omdat het voor het grondpersoneel te gevaarlijk was om de betreffende werkzaamheden te verrichten in geval van bliksem. Vlucht LX734 werd hierdoor getroffen en is vanwege codes 77A (opgeschorte grondhandeling) en 83 (de door de luchtverkeersleiding opgelegde restricties) vertraagd uitgevoerd. Daarnaast moest het toestel langer taxiën. Dit heeft voor 31 minuten extra aan vertraging gezorgd. Voornoemde vertraging werkte vervolgens door naar de onderhavige vlucht, aldus de vervoerder. 4.5. Uit de door de vervoerder overgelegde producties kan het volgende worden afgeleid. De rotatievlucht is gestart met vlucht LX734. Blijkens het vluchtrapport is deze vlucht vertraagd uitgevoerd wegens codes 77A en code 81. De passagiers betwisten dat de vertraging is ontstaan vanwege buitengewone omstandigheden en stellen dat de vervoerder de buitengewone omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld welke restricties aan de vlucht zijn opgelegd en voor welke duur. Bovendien kunnen de passagiers niet nagaan of de vervoerder zelf zijn EOBT heeft gewijzigd. Voorts stellen de passagiers dat de vervoerder slechts interne rapporten heeft overgelegd. Dit kan niet als bewijs dienen. Ook menen de passagiers dat een lange taxitijd geen buitengewone omstandigheid kan opleveren. 4.6. De vervoerder heeft voornoemde stellingen gemotiveerd weersproken door aan te voeren dat vanwege de slechte weersomstandigheden, te weten onweer, de grondafhandeling meerdere malen is opgeschort. Dit blijkt ook uit het Daily Airport Report die bij antwoord is overgelegd. De vervoerder kan geen invloed uitoefenen op het besluit om de grondafhandeling tijdelijk op te schorten. De vertraging wegens code 77A vormt dan ook een buitengewone omstandigheid. Tevens heeft de vervoerder aangevoerd dat een lange taxitijd wel een buitengewone omstandigheid kan opleveren, hetgeen volgt uit onder meer het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:6040). Ook heeft de vervoerder aangevoerd dat de luchtverkeersleiding meerdere malen de slot heeft gewijzigd van vlucht LX734, hetgeen blijkt uit de slot history van vlucht LX734 (productie 13 bij dupliek). Volgens de vervoerder blijkt nergens uit dat de restricties zijn opgelegd door toedoen van de vervoerder. Voor zover de passagiers erop wijzen dat de vertrektijd (EOBT) in de laatste SRM van 16:15 uur UTC is gewijzigd naar een EOBT van 16:30 uur UTC, merkt de vervoerder op dat door de tijdelijke opschorting van de grondafhandeling de Target Off-Block Time (TOBT) was gewijzigd. De TOBT is het tijdstip waarop de grondafhandelingsprocessen volgens de Main Ground Handler Agent naar verwachting voltooid zullen zijn. Dit leidde volgens de vervoerder tot een zogeheten ‘EOBT/TOBT discrepancy’ (pagina 15-16/45 van de slot history). Volgens de vervoerder wordt hiervoor een alert uitgestuurd als de EOBT en de TOBT meer dan 15 minuten van elkaar afwijken. In het onderhavige geval leidde de ‘EOBT/TOBT dicrepancy alert’ ertoe dat de EOBT werd aangepast naar uiteindelijk 16:30 uur UTC. 4.7. De kantonrechter overweegt als volgt. Ten aanzien van het vluchtrapport overweegt de kantonrechter dat het enkele feit dat dit document een intern document betreft niet betekent dat het vluchtrapport een lage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.