RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar partneradoptie, gezag, geslachtsnaamwijziging zaak-/rekestnr.: C/15/328367 / FA RK 22-2380 beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 april 2023 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. Y. Bruin, kantoorhoudende te Heerhugowaard, en [de moeder] , wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. Y. Bruin, kantoorhoudende te Heerhugowaard, hierna afzonderlijk te noemen verzoeker en de moeder, en gezamenlijk verzoekers -- betreffende -- de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] (hierna ook: [de minderjarige] ). Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , domicilie gekozen hebbende ten kantore van zijn advocaat, hierna mede te noemen: de vader, advocaat: mr. B. Kochheim-Bossink, kantoorhoudende te Aerdenhout. 1Procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekers, ingekomen op 24 mei 2022; - het bericht van de advocaat van verzoekers, met bijlagen, ingekomen op 27 juni 2022; - het bericht van de advocaat van verzoekers, met bijlagen, ingekomen op 7 juli 2022; - het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), ingekomen op 26 juli 2022; - de referteverklaring van de vader van 26 juli 2022, ingekomen op 4 augustus 2022; - het bericht van de advocaat van verzoekers, met bijlagen, ingekomen op 20 februari 2023. 1.2. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 februari 2023 in aanwezigheid van verzoeker en de moeder, bijgestaan door mr. Y. Bruin, en de vader, bijgestaan door mr. B. Kochheim-Bossink. 1.3. Na de mondelinge behandeling is op 6 maart 2023 een brief van [de minderjarige] ingekomen. 2Feiten en omstandigheden 2.1. De moeder en de vader hebben een korte affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is [de minderjarige] geboren. [de minderjarige] is woonachtig bij de moeder. De vader heeft [de minderjarige] op [datum] erkend. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . 2.2. De moeder heeft een zoon uit een eerder huwelijk met [naam] , te weten: - [zoon] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] . De moeder en de vader van [zoon] zijn gezamenlijk belast met het gezag over [zoon] . [zoon] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder en er is een zorg- en contactregeling met zijn vader. 2.3. Uit een eerdere relatie van de verzoeker zijn geboren: [kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en; [kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] . Verzoeker en de moeder van voormelde kinderen, [de moeder van kind 1 en kind 2] , zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] . Zij verblijven ongeveer de helft van de tijd bij verzoeker. 3Verzoek 3.1. Verzoeker verzoekt de rechtbank voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair: I. het verzoek tot adoptie van [verzoeker] tot adoptie van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , toe te wijzen; II. indien het onder I. vermelde verzoek zal worden toegewezen, tevens de beschikking in te schrijven in het gezagsregister. Subsidiair verzoeken verzoeker en de moeder: III. te bepalen dat [verzoeker] gezamenlijk met [de moeder] zal worden belast met het gezag over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] . Zowel primair als subsidiair verzoeken verzoeker en de moeder: IV. te bepalen dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , zal worden gewijzigd naar ‘ [geslachtsnaam] ’. 3.2. Ter onderbouwing van de verzoeken hebben verzoekers het volgende aangevoerd. Tijdens de zwangerschap hebben de ouders van [de minderjarige] hun affectieve relatie beëindigd. [de minderjarige] is wel - anderhalf jaar later - door de vader erkend, maar het ouderlijk gezag voor de vader is nooit geregeld. Dit is in lijn met de wensen van de vader. Voordat de moeder in verwachting was van [de minderjarige] had de vader een relatie met zijn huidige echtgenote. De vader had de wens om zijn leven samen met haar in te richten, en daar kon [de minderjarige] geen onderdeel van uitmaken. De ouders zijn uiteindelijk tot een ‘non-verzorgingsovereenkomst’ gekomen, waarin zij - kort gezegd - hebben vastgesteld dat vader geen omgang met, noch informatie aangaande, [de minderjarige] wenst. Daar hing ook mee samen dat de moeder nimmer om een kinderbijdrage zou verzoeken. In de zomer van 2018 kregen de moeder en verzoeker een relatie. De kinderen van verzoeker en de kinderen van de moeder kunnen erg goed met elkaar overweg. [de minderjarige] beschouwt de kinderen van verzoeker als haar grote broer en grote zus. De moeder en [de minderjarige] verblijven regelmatig bij verzoeker, en verzoeker verblijft regelmatig bij moeder en [de minderjarige] . Tijdens de momenten dat de moeder en verzoeker samen zijn, nemen zij samen de zorg- en opvoedtaken voor hun rekening en kan [de minderjarige] van hen beiden erop aan dat zij haar zullen verzorgen. [de minderjarige] vraagt zowel aan de moeder als aan verzoeker om liefde, affectie, en hulp. Verzoeker heeft een inkomen en draagt ook op financieel gebied bij voor [de minderjarige] . Hij is voor haar een vaderfiguur, houdt van haar en zorgt voor haar als ware [de minderjarige] zijn eigen (biologische) dochter. [de minderjarige] beschouwt verzoeker inmiddels als haar vader, hoewel zij ermee bekend is dat hij niet haar biologische vader is. [de minderjarige] heeft haar biologische vader inmiddels ontmoet en hem gevraagd of verzoeker haar vader mag zijn. De vader heeft toen mondeling aangegeven dat hij dat goed vond. Gelet op de wens van [de minderjarige] hebben de moeder en verzoeker zich tot een advocaat gewend, teneinde de wens van [de minderjarige] te laten verwezenlijken. Verzoeker wenst in de hoedanigheid van levensgezel (en binnenkort als echtgenoot) van de moeder [de minderjarige] te adopteren. Zij vinden het belangrijk dit te regelen mocht de moeder onverhoopt komen te overlijden. Dat verzoeker niet aan de samenlevingstermijn heeft voldaan dient in dit geval achterwege te worden gelaten. Verzoeker stelt dat in onderhavige situatie sprake is van de nodige bestendigheid en daarmee is voldaan aan de achterliggende gedachte van de eis van de samenlevingstermijn. Indien en voor zover het primaire verzoek tot partneradoptie wordt afgewezen, wordt verzocht te bepalen dat verzoeker mede zal worden belast met het gezag over [de minderjarige] . Voorts wensen verzoekers dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] zal worden gewijzigd naar [geslachtsnaam] . 4Standpunten ter zitting Mr. Bruin 4.1. Mr. Bruin heeft ter zitting aangevuld dat, hoewel verzoeker en de moeder in juli 2022 pas echt zijn gaan samenwonen, zij al vier jaar een relatie hebben die de nodige bestendigheid heeft. Verzoekers zullen op [huwelijksdatum] in het huwelijk treden. Het afgelopen jaar is niet makkelijk voor hen geweest. De moeder heeft meerdere zware operaties moeten ondergaan. Ook heeft bij de buren een brand gewoed waardoor de woning van verzoeker en de moeder brandschade heeft opgelopen. Ondanks deze heftige periode zijn zij daar sterker uit gekomen. Na de huwelijkssluiting op [huwelijksdatum] wenst de moeder de achternaam [geslachtsnaam] te dragen. Verzoekers wensen dat [de minderjarige] deze achternaam ook krijgt. Er is recentelijk meer contact tussen [de minderjarige] en de vader geweest. Dit contact verloopt goed. De moeder informeert de vader over [de minderjarige] op een aparte telefoon. Ook worden door of namens [de minderjarige] berichtjes aan de vader verzonden. Er zijn de afgelopen maanden vier omgangsmomenten tussen [de minderjarige] en haar vader geweest. Ondanks deze ontwikkelingen is het niet te verwachten dat de vader in de toekomst een meer intensieve rol zal spelen dan hij thans doet. Verzoeker 4.2. Verzoeker wenst met [de minderjarige] dat hij haar vader zal zijn. Zij willen als gezin oud worden met elkaar en gelukkig zijn. Mocht er in de toekomst iets met de moeder gebeuren dan wil hij ook voor [de minderjarige] en [zoon] blijven zorgen. [de minderjarige] staat in zijn testament. Hij zal [de minderjarige] contact met haar biologische vader nooit ontzeggen omdat hij weet hoe belangrijk dat voor haar is. De moeder 4.3. In het begin van de relatie hebben de moeder en verzoeker geprobeerd het omwille van de kinderen rustig aan te doen. Toen de kinderen aangaven daar aan toe te zijn, zijn de moeder en verzoeker gaan nadenken over samenwonen. In hun samengestelde gezin zorgen zij allebei voor alle kinderen en dat gaat heel goed. Het prille contact dat [de minderjarige] met haar vader heeft doet [de minderjarige] zichtbaar goed. [de minderjarige] vond het moeilijk dat dat er niet was. Het contact zorgt voor veel vragen bij [de minderjarige] . [de minderjarige] weet dat haar vader haar niet meer kan bieden dan hij nu doet, en dat zal niet veranderen. [de minderjarige] wil zelf graag dat verzoeker haar adopteert en is volgens de moeder in staat de gevolgen daarvan te overzien. De vader 4.4. Hoewel de gezondheid van de vader eerder slecht was, gaat het op dit moment goed met hem. Het contact dat er sinds kort met [de minderjarige] is heeft betekenis voor hem. Echter omdat [de minderjarige] een buitenechtelijk kind is dat in de thuissituatie van de vader niet wordt geaccepteerd, is het hebben van contact met [de minderjarige] voor de vader erg moeilijk. Hij kan [de minderjarige] het nodige niet bieden en hij ziet dat zij het goed heeft in het gezin van verzoeker en de moeder. Het belang van [de minderjarige] staat voor hem voorop. De vader heeft [de minderjarige] laatst wat geld gegeven. Als hij op die manier het leven van [de minderjarige] kan verrijken doet hij dat graag. [de minderjarige] heeft hem verteld dat dat ze graag wil dat verzoeker haar vader is. 4.5. Mr. Kochheim-Bossink heeft ter zitting aangevuld dat de vader het verzoek onderschrijft, met name het primaire verzoek tot adoptie. Het is in het belang van [de minderjarige] dat het verzoek wordt toegewezen. De vader kan [de minderjarige] niet geven wat hij zou willen omdat zijn partner dat niet accepteert. Dat doet hem pijn, maar hij gunt [de minderjarige] een leven met een vader. 5Beoordeling Adoptie 5.1. De rechtbank zal het verzoek beoordelen aan de hand van de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 5.2. Uit artikel 1:227 BW volgt - voor zover hier van belang - het volgende. Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan, indien hij tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Het verzoek kan alleen worden toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan. 5.3. De voorwaarden voor adoptie genoemd in artikel 1:228, eerste lid, BW zijn: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.