← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:3260

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9592206 \ CV EXPL 21-8597 Uitspraakdatum: 29 maart 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. J.J.O. Zandt 1Het procesverloop 1.

  1. Airhelp heeft bij dagvaarding van 7 december 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. Airhelp heeft, hoewel zij hiertoe in de gelegenheid is gesteld, geen akte meer genomen. 2De feiten 2.
  3. [de passagier] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder Airhelp diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Londen Heathrow Airport (Verenigd Koninkrijk) naar Indira Gandhi International Airport Delhi (India) op 12 november
  4. 2.
  5. Vlucht BA431 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) is geannuleerd. De passagier is omgeboekt naar een alternatief reisschema waarmee hij meer dan 24 uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. 2.
  6. De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.
  7. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
  8. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering en het verweer 3.
  9. Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  10. Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,
  11. 3.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  14. Niet in geschil is dat de vlucht geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 4.
  15. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt als volgt. Wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Als onbetwist staat vast dat de passagier is omgeboekt naar een vlucht waarmee hij bijna 25 uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de alternatief aangeboden vlucht. 4.
  16. Airhelp betwist dat de passagier is omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht. Volgens Airhelp had de vervoerder de passagier kunnen omboeken naar de KL1009 op 12 november 2020, zodat de passagier zijn aansluitende vlucht naar Delhi wél had kunnen halen. De vervoerder had er volgens Airhelp ook voor kunnen kiezen om de passagier rechtstreeks van Amsterdam naar Delhi te laten vliegen met de KL871 of de CX
  17. De vervoerder heeft bij dupliek aangevoerd dat hij niet over de flight records van andere luchtvaartmaatschappijen beschikt zodat hij niet kan beoordelen of er op de door Airhelp genoemde vluchten plaats was geweest. De kantonrechter volgt deze stelling niet. Het is in een geval als het onderhavige aan de vervoerder om aannemelijk te maken dat er geen beschikbare plaats vrij was op (de door Airhelp genoemde) alternatieve vluchten, welke zijn uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen. De enkele stelling dat andere luchtvaartmaatschappijen aan dezelfde beperkingen onderworpen waren is daartoe onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt in de zin van bovengenoemd arrest. 4.
  18. Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom van € 600,00 zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
  19. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
  21. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 119,21;griffierecht € 322,00;salaris gemachtigde € 264,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  22. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  23. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.