← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:3645

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10061420 \ CV EXPL 22-4970 Uitspraakdatum: 19 april 2023 Vonnis in het incident van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]

  1. [eiser 2] beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R. Bos rolgemachtigde mr. A.Y. Lai tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht de vennootschap naar buitenlands recht Swiss International Air Lines AG Swiss International Air Lines Ltd. gevestigd te Basel (Zwitserland) gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. R.W.L. Russell 1Het procesverloop 1.
  2. De passagiers hebben bij dagvaarding van 12 augustus 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  3. De passagiers hebben hierop een vordering in het incident op grond van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingesteld. De vervoerder heeft hierop gereageerd. 2De vordering in het incident 2.
  4. De passagiers hebben in dit incident gevorderd om de vervoerder bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis het annuleringsbericht en eventuele bijlagen, waarin wordt uitgelegd waar de passagiers recht op hebben conform artikel 8 van de Verordening, alsmede bewijs van wie dit bericht heeft gestuurd, te overleggen. Dit met veroordeling van de vervoerder in de proceskosten. 2.
  5. De passagiers hebben aan de vordering in het incident ten grondslag gelegd dat de vordering in de hoofdzaak ziet op terugbetaling van de door de passagiers betaalde ticketprijs na annulering van hun vlucht op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers hadden een geldige boeking voor een vlucht die uitgevoerd zou worden door de vervoerder op 20 augustus
  6. De vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers de geboekte vluchten zelf hebben geannuleerd (op 5 juni 2020), voordat de vervoerder uiteindelijk de vlucht heeft geannuleerd. Door de vervoerder wordt alleen aangegeven dat hij na 5 juni 2020 tot annulering is overgegaan. De vervoerder maakt niet duidelijk wanneer hij de vlucht heeft geannuleerd en hoe. 3Het verweer 3.
  7. De vervoerder betoogt dat hij geen annuleringsbericht kan overleggen, omdat de passagiers de vlucht zelf hebben geannuleerd. De vervoerder kan alleen verwijzen naar het overzicht uit het computerreserveringssysteem PNR, die hij al bij conclusie van antwoord heeft overgelegd. Indien passagiers zelf tot annulering van een vlucht overgaan wordt niet gewezen op eventuele rechten. Meer informatie over de geannuleerde vluchten is niet voorhanden. De vervoerder heeft voldoende moeite gedaan om een afschrift van een annuleringsbericht over te leggen aan de passagiers, zodat reeds aan de vordering in het incident is voldaan. 4De beoordeling 4.
  8. De hoofdzaak draait in de kern om de vraag of de passagiers zelf de vlucht hebben geannuleerd of dat de vervoerder eerst tot annulering is overgegaan. In het laatste geval zouden de passagiers op grond van de Verordening restitutie van de vliegtickets van de vervoerder kunnen vorderen. 4.
  9. Een verzoek op grond van artikel 843a Rv kan worden toegewezen als aan de drie volgende cumulatieve voorwaarden van het eerste lid is voldaan:

(1)degene die het verzoek instelt, moet een rechtmatig belang hebben,
(2)het moet gaan om bepaalde bescheiden (gegevens),
(3)met betrekking tot een rechtsbetrekking waarin de verzoeker partij is. Verder bepaalt artikel 843a lid 4 Rv dat niet aan het verzoek behoeft te worden voldaan indien daarvoor gewichtige redenen zijn of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde stukken is gewaarborgd. 4.
  1. Tussen partijen is niet in geschil dat de passagiers een rechtmatig belang hebben bij het verzoek en dat de bescheiden zien op een rechtsbetrekking waarbij de passagiers partij zijn. De vervoerder betwist echter het bestaan van het stuk dat de passagier wensen in te zien, omdat de passagiers de vlucht zelf hebben geannuleerd en verwijst daarvoor naar producties 1 (overzicht uit het computerreserveringssysteem PNR) en 2 (‘Cancellation confirmation’) bij antwoord. 4.
  2. In beginsel rust op de eisende partij in het incident de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van de bescheiden en het beschikken (of kunnen beschikken) van de wederpartij over de bescheiden. Voor het bestaan van de bescheiden is de enkele stelling niet genoeg: er moeten voldoende aanwijzingen zijn om een vermoeden daarvan te rechtvaardigen (HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9244). De vervoerder heeft betwist dat zij over meer stukken met betrekking tot de annulering beschikt dan al bij antwoord zijn overgelegd. Het had derhalve op de weg van de passagiers gelegen om nader te onderbouwen dat het stuk daadwerkelijk bestaat, dit wellicht met de verklaring van de reisagent. Nu de passagiers dit hebben nagelaten wordt de incidentele vordering op deze grond afgewezen. 4.
  3. De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden in afwachting op de uitkomsten in de hoofdzaak. 5De beslissing De kantonrechter: In het incident 5.
  4. wijst de vordering in het incident af; 5.
  5. houdt de beslissing over de proceskosten aan; In de hoofdzaak: 5.
  6. verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 mei 2023 voor conclusie van repliek aan de zijde van de vervoerder. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.