RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7295279 / CV EXPL 18-9095 Uitspraakdatum: 5 april 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende te [plaats 1] 3. [eiser 3], 4. [eiser 4], beiden wonende te [plaats 2] 5. [eiser 5]wonende te [plaats 3] 6. [eiser 6]wonende te [plaats 4]7. [eiser 7], 8. [eiser 8], beiden wonende te [plaats 5] 9. [eiser 9]wonende te [plaats 1]10. [eiser 10], wonende te [plaats 6]11. [eiser 11], wonende te [plaats 2]12. [eiser 12], 13. [eiser 13], beiden wonende te [plaats 7]14. [eiser 14], 15. [eiser 15], beiden wonende te [plaats 8] 16. [eiser 16]wonende te [plaats 9]17. [eiser 17], 18. [eiser 18], beiden wonende te [plaats 10] 19. [eiser 19], wonende te [plaats 11]20. [eiser 20], wonende te [plaats 12] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Airline Company Limited gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk) mede kantoorhoudende te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (KoolhaasLegal) 1. Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 24 juli 2018 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op 1 oktober 2016 diende te vervoeren van Cote D’Azur Airport, Frankrijk naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtnummer EZY7926, hierna: de vlucht. 2.2. De vlucht is met vertraging uitgevoerd. De passagiers zijn uiteindelijk met een vertraging van meer dan zeven uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. EUclaim B.V. heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.4. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf zaterdag 1 oktober 2016, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 847,00 dan wel € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. 4Het verweer 4.1. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.2. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming te Amsterdam-Schiphol Airport, zodat de vervoerder op grond van de Verordening en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat hij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien hij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee hij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden. 5.3. De vervoerder heeft aangevoerd dat het toestel (toestel G-EZEB) dat de onderhavige vlucht zou uitvoeren tijdens de uitvoering van de eerste vlucht die dag (met vluchtnummer EZY7925) in aanvaring is gekomen met een vogel. Na inspectie van het toestel bleek dat meerdere turbinebladen van het toestel waren beschadigd en dat het toestel de rest van de dag niet operationeel zou kunnen worden gemaakt, waardoor toestel G-EZEB is vervangen door toestel G-EZAO om de vluchten van die dag uit te voeren. Door de “birdstrike”, de inspectie van toestel G-EZEB en het wisselen van de toestellen als gevolg daarvan is vlucht EXY7925 vervangen door vlucht EZY7925A en met een vertraging van 4 uur en 26 minuten uitgevoerd, aldus de vervoerder. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft de vervoerder onder meer de “Flight Info” van vlucht EZY7925 overgelegd. Daarnaast heeft de vervoerder als productie A2 bij conclusie van antwoord een verslag van de inspecties en reparaties aan toestel G-EZEB overgelegd waaruit volgens de vervoerder onder meer volgt dat de problemen van het toestel G-EZEB omtrent de turbinebladen pas op 3 oktober 2016 konden worden opgelost. 5.4. Niet in geschil is dat vlucht EZY7925(A) als gevolg van de “birdstrike”, de daarop volgende inspectie en het wisselen van het toestel 4 uur en 26 minuten is vertraagd. De passagiers betwisten niet dat deze omstandigheid een buitengewone omstandigheid betreft, maar betwisten dat dit kan doorwerken naar de onderhavige vlucht, omdat deze vlucht, evenals vlucht EZY1643 en vlucht EZY1644, meer dan zeven uur later gepland stond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.