RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/2342 uitspraak van de meervoudige kamer van 3 mei 2023 in de zaak tussen de stichting Stichting IJmondig, uit Wijk aan Zee, eiseres vertegenwoordigd door haar bestuursleden [naam 1] en [naam 2] en de minister van Infrastructuur en Waterstaat gemachtigden: mr. [naam 3] en [naam 4] , ambtenaren ten departemente. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Tata Steel IJmuiden B.V. uit IJmuiden (Tata Steel) gemachtigden: mr. T.J.J. Slegers, advocaat te Den Haag. Inleiding 1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bij besluit van 21 maart 2022 gehandhaafde primaire besluit van 23 september 2021 waarbij de op 13 september 2016 aan Tata Steel verleende watervergunning voor het lozen op Rijkswater vanuit het bedrijfsonderdeel Tata Steel Packaging (TSP), gelegen aan de Wenckenbachstraat 1 in Velsen-Noord, is gewijzigd. Met het wijzigingsbesluit is het in het eerdere besluit vergunde te lozen additief_RONASTAN™ TP-G7 ADDITIVE LF (hierna: RONASTAN) gewijzigd naar het alternatief additief QUAKERTIN™ Additive (hierna: QUAKERTIN). 1.2 Verweerder heeft de watervergunning met het besluit van 23 september 2021 gewijzigd. Met het bestreden besluit van 21 maart 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de wijziging van de watervergunning gebleven. 1.3 Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Tata Steel heeft ook schriftelijk gereageerd. 1.4 De rechtbank heeft het beroep op 22 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 2] , bestuurslid van eiseres, de gemachtigden van verweerder en de gemachtigde van Tata Steel, vergezeld van mw. [naam 5] en mw. mr. [naam 6] , beiden in dienst van Tata Steel. Beoordeling door de rechtbank 2.1 De rechtbank beoordeelt of verweerder de vergunning tot wijziging van de watervergunning van 13 september 2016 heeft kunnen verlenen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Voor onderhavige zaak is daarbij relevant dat uit artikel 6.26, eerste lid, aanhef en onder a, van de Waterwet, waarin wordt verwezen naar artikel 2.14, vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en daarmee naar artikel 3.10, derde lid, van die laatstgenoemde wet, volgt dat een verzochte wijziging van een eerder verleende watervergunning wordt toegestaan, indien die verandering niet leidt tot andere of grotere gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende watervergunning al is toegestaan. 2.2 Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 2.3 De bij de beoordeling van het beroep (verkort) aangehaalde wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Feiten en omstandigheden 3.1 Op 13 september 2016 heeft verweerder aan Tata Steel een watervergunning verleend voor het brengen van stoffen, afkomstig van het bedrijfsonderdeel TSP via riool 600 in het Rijkswater de Staalhaven. 3.2 Op 17 september 2021 heeft Tata Steel een wijziging van deze watervergunning aangevraagd. De gewenste wijziging is een gevolg van het voorgenomen het gebruik van het alternatieve additief QUAKERTIN in haar productieproces in plaats van het in de eerdere vergunning vergunde additief RONASTAN. Een deel van die stof komt ook in lozingen vanuit dat bedrijfsonderdeel terecht. De leverancier van het eerder vergunde additief heeft Tata Steel laten weten dat de grondstoffen voor het huidige additief niet langer beschikbaar zijn en daarom op korte termijn op een alternatief moest worden overgeschakeld. Het alternatieve additief wordt op dezelfde wijze als het huidige additief in het proces toegepast. Er vinden dus geen wijzigingen aan de installatie plaats. Bestreden besluit 4. Verweerder heeft de op 13 september 2016 aan Tata Steel verleende watervergunning gewijzigd door het te lozen eerder vergunde additief RONASTAN te wijzigen naar het alternatief additief QUAKERTIN. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat ook met het alternatieve additief wordt voldaan aan de BBT-eisen en dat de beoogde wijziging niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning al is toegestaan. De waterbezwaarlijkheid van het nieuwe additief is volgens verweerder hetzelfde als de waterbezwaarlijkheid van het oude additief. Het beroep 5.1 Eiseres voert - kort samengevat - aan dat verweerder in het belang van gezondheid en leefomgeving van inwoners en omwonenden, mensen- en kinderrechten en milieu, natuur en Natura 2000-gebieden, in de vergunning voorschriften moet opnemen die waarborgen dat de doelstellingen van het waterbeheer, de gezondheid en leefomgeving van inwoners en omwonenden en milieu, natuur en Natura 2000-gebieden maximaal worden beschermd. Eiseres maakt zich grote zorgen over de gevolgen van de afvalwaterlozingen op het oppervlaktewater van Tata Steel voor de volksgezondheid. Zij bepleit een toetsing van de lozing aan diverse (rechts)regels. 5.2 De rechtbank stelt voorop dat in deze procedure alleen de vraag voorligt of de (beperkte) wijziging van de watervergunning van 13 september 2016 gelet op het onder overweging 2.1 aangehaalde toetsingskader kan worden toegestaan en niet de vraag of ook de watervergunning zelf de toetsing aan de wettelijke regels kan doorstaan. 5.3 De beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd, zoals het niet toepassen van het Schone Lucht Akkoord, het niet stellen van een minimalisatieverplichting voor het lozen van Zeer Zorgwekkende Stoffen en de adequaatheid van filters, wettigen niet de conclusie dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat het alternatieve additief niet tot andere of grotere gevolgen leidt voor het milieu dan volgens de geldende watervergunning is toegestaan. Die gronden zien niet specifiek op deze wijziging. De overige beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd zien daar ook niet op, maar op de vraag of de lozing überhaupt mag worden toegestaan. De rechtbank zal dan ook niet op deze beroepsgronden ingaan. 5.4 Bovendien heeft eiseres haar beroep tegen de in geschil zijnde wijziging van de watervergunning niet afdoende en concreet onderbouwd. De stelling dat de waterbezwaarlijkheid van het additief QUAKERTIN bij de fabrikant niet bekend zou zijn, zoals eiseres ter zitting nog aanvullend heeft aangevoerd, heeft zij niet onderbouwd en vindt geen steun in de voorhanden gegevens. De waterbezwaarlijkheid van het nieuwe additief is immers door de leverancier bepaald op categorie B
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.