RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10252860 \ CV EXPL 22-7393 (HB) Uitspraakdatum: 19 april 2023 Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] gevestigd te [plaats 1] eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident verder te noemen: [bedrijf 1] gemachtigde: L.V. Snijder tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 2] wonende te [plaats 2] en kantoorhoudende te [plaats 3] gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident verder te noemen: [gedaagde] procederend in persoon. 1Het procesverloop 1.
- [bedrijf 1] heeft bij dagvaarding van 20 december 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft een incidentele conclusie genomen, waarin hij stelt dat de kantonrechter van de locatie Haarlem van de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen. [bedrijf 1] heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2De beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter 2.
- [gedaagde] stelt dat niet de kantonrechter van de locatie Haarlem, maar de kantonrechter van de locatie Zaanstad de bevoegde rechter is, gelet op het adres van [gedaagde]. Hierom vordert hij dat de kantonrechter van de locatie Haarlem de zaak ‘seponeert’ (waarmee [gedaagde] - naar de kantonrechter begrijpt - bedoelt, dat de kantonrechter van de locatie Haarlem de zaak niet in behandeling zal nemen, maar zal verwijzen naar de kantonrechter van de locatie Zaanstad). 2.
- [bedrijf 1] voert aan dat de kantonrechter van de locatie Haarlem wel bevoegd is. 2.
- De kantonrechter van de locatie Haarlem acht zich bevoegd van de zaak kennis te nemen. Daartoe overweegt hij het volgende. 2.
- In deze zaak vordert [bedrijf 1] betaling van achterstallige huurpenningen met betrekking tot een onroerende zaak (bedrijfsruimte, volgens [bedrijf 1] in de zin van artikel 7:230a BW) aan de [adres] te [plaats 1]. 2.
- In artikel 103 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat, dat in zaken betreffende onroerende zaken mede bevoegd is de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen en dat die rechter in zaken betreffende huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek uitsluitend bevoegd is. 2.
- Gelet op het bepaalde in artikel 103 Rv is de kantonrechter van de locatie Haarlem (mede) bevoegd van de zaak kennis te nemen. De in dit geding aan de orde zijnde onroerende zaak (bedrijfsruimte) ligt immers in [plaats 1] en die gemeente valt volgens de geografische indeling van de rechtbank Noord-Holland binnen het rechtsgebied van de kantonrechter van de locatie Haarlem. 2.
- De vordering in het incident wordt daarom afgewezen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt. 2.
- Omdat [gedaagde] nog niet inhoudelijk op de dagvaarding heeft gereageerd, zal de hoofdzaak worden verwezen naar de hieronder genoemde rolzitting voor conclusie van antwoord. 3De beslissing De kantonrechter: in het incident 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 330,00 aan salaris van de gemachtigde van [bedrijf 1]. in de hoofdzaak 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting (van de locatie Haarlem) van woensdag 17 mei 2023 te 10.00 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde]. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter