← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:4245

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10218510 \ WM VERZ 22-953 CJIB-nummer : 243870793 Uitspraakdatum : 5 april 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas) 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. 1.
  4. De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. 1.
  5. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
  6. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: verlichting aanhangwagen is niet zodanig aangesloten dat deze overeenkomen met trekkend voertuig. 2.
  7. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. 2.
  8. Gemachtigde van betrokkene stelt dat de verklaring van de verbalisant in het zaakverzicht geen ambtsedige verklaring is, zodat hieraan geen bijzondere bewijskracht kan toekomen. De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel. 2.
  9. Het verweer van de betrokkene moet verder worden opgevat als een beroep op overmacht. Voor een geslaagd beroep op overmacht dient ten minste aannemelijk te worden gemaakt dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Voorop staat dat een bestuurder er verantwoordelijk voor is dat zijn voertuig te allen tijde voldoet aan de gestelde eisen. Wanneer door een defect aan het voertuig geen richting of remlicht kan worden aangegeven, kan aan de bestuurder een sanctie worden opgelegd als met het voertuig wordt gereden. Bij het constateren van een dergelijk defect tijdens het rijden, moet het voertuig op de eerstvolgende (veilige) plek tot stilstand worden gebracht en het defect worden hersteld. Gemachtigde van betrokkene stelt dat bij vertrek alle lichten van het voertuig van betrokkene naar behoren werkten. Indien de vereiste verlichting tijdens het rijden defect is geraakt, danwel de stekker niet goed in de aansluiting zat, zoals de gemachtigde stelt, is dat een omstandigheid die voor eigen rekening en risico komt. Een situatie van overmacht levert dit niet op. Niet is vereist dat de bestuurder zich bewust is van de ondeugdelijke werking van de verlichting en/of dat hij, voorafgaand aan het rijden met het voertuig of de aanhangwagen, heeft nagelaten de goede werking van de verlichting te controleren. Voor de kennelijke opvatting dat de verbalisant hier had moeten volstaan met een waarschuwing is derhalve geen plaats. Ook als zou worden aangenomen dat de verbalisant de betrokkene de mogelijkheid heeft geboden om het gebleken defect te herstellen alvorens de boete op te leggen, levert dat niet een omstandigheid op die tot het achterwege laten of matigen van de boete moet leiden. Het is de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een boete op te leggen of daarvan af te zien. Derhalve ziet de kantonrechter geen aanleiding voor het oordeel dat een boete hier achterwege moet blijven of op een lager bedrag moet worden vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  10. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.