← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:4251

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10153450 \ WM VERZ 22-897 CJIB-nummer : 245239698 Uitspraakdatum : 31 maart 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach) 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde van betrokkene is de heer Van den Aarsen verschenen. 1.
  4. De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. 1.
  5. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
  6. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen). 2.
  7. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. 2.
  8. Gemachtigde van betrokkene voert aan dat de verklaring van de verbalisant met betrekking tot het niet staande houden van betrokkene. Er is enkel en alleen vermeld “geen stoptransparant”. Daarnaast voert gemachtigde van betrokkene aan dat de gedraging op basis van het zaakoverzicht niet is vast te stellen en dat betrokkene de streep niet overschreed. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “Ik verbalisant reed in een voertuig zonder stoptransparant en ik was onderweg naar een melding uitgegeven door de regionale meldkamer. Ik was derhalve niet in de mogelijkheid om de bestuurder staande te houden. (…) Ook waren andere eenheden niet in de omgeving van de locatie van de overtreding om de bestuurder alsnog staande te houden. Betrokken voertuig viel op in het verkeer. Hij reed zichtbaar hard. Ik kon echter geen goede snelheidsmeting verrichten. Hij haalde meermaals in en gedroeg zich erg gehaast. De bestuurder haalde meermaals voertuigen in over de N9 en overschreed daarbij meermaals de maximum snelheid, ook overschreed de bestuurder hierbij een doorgetrokken streep. (…) Ik heb de overtreding zelfstandig waargenomen (…).” Uit de aanvullende verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene erg hard reed en meermalen inhaalde, waarbij de doorgetrokken streep werd overschreden. Daarnaast reed de verbalisant in een voertuig zonder stoptransparant. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie meegedeeld dat zij nog contact heeft gehad met de verbalisant en dat door de verbalisant is aangegeven dat deze op het moment van constatering reed in een onopvallend voertuig. Op grond hiervan acht de kantonrechter het aannemelijk dat er voor de ambtenaar op dat moment geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond, zodat de ambtenaar terecht met toepassing van artikel 5 van de WAHV de boete aan de betrokkene als kentekenhouder heeft opgelegd. Het verweer van de gemachtigde wordt dan ook verworpen. 2.
  9. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisant heeft verklaard dat de bestuurder meerdere voertuigen inhaalde en daarbij de doorgetrokken streep overschreed. Deze waarneming heeft de verbalisant zelfstandig gedaan. Er zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Verbalisanten zijn getraind om dit soort waarnemingen te doen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. 2.
  10. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  11. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.