← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:4612

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10138876 CV EXPL 22-6005 Uitspraakdatum: 17 mei 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hazo “Vleescentrum” B.V. handelende onder de naam Het Vleescentrum B.V. gevestigd en kantoor houdende te Soest eiseres verder te noemen: het Vleescentrum gemachtigde: Van Twuijver Incasso B.V. tegen [gedaagde] handelende onder de naam Restaurant Scampi voorheen handelende onder de naam La Vida es Bellas wonende, althans woonplaats gekozen hebbende te [plaats], gemeente [gemeente] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] in persoon verschenen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het Vleescentrum heeft bij dagvaarding van 6 oktober 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord onder overlegging van stukken. 1.
  2. Het Vleescentrum heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Hierbij heeft hij opnieuw aanvullende producties overgelegd. Het Vleescentrum heeft bij akte nog op die producties gereageerd. 1.
  3. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De vordering en het verweer 2.
  4. Het Vleescentrum vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een hoofdsom van € 1.938,02, een bedrag van € 290,70 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, alles te vermeerderen met wettelijke rente. 2.
  5. Het Vleescentrum legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] zijn verplichtingen uit de overeenkomst met het Vleescentrum niet nakomt, omdat hij facturen voor bestelde en aan zijn restaurant geleverde goederen onbetaald heeft gelaten. 2.
  6. [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat het Vleescentrum voor betaling van de factuur uit 2018 niet bij hem moet zijn maar bij [betrokkene] en verwijst daarbij naar een proces-verbaal van een schikking tussen hem en [betrokkene] getroffen ter zitting van de kantonrechter op 26 augustus
  7. Van de facturen uit 2022 betwist hij niet dat zaken zijn besteld door en dat deze zijn geleverd aan zijn restaurant maar hij voert aan dat de prijzen onredelijk zijn omdat deze in een paar jaar zo’n 60% zijn gestegen. 3De beoordeling 3.
  8. Van de factuur uit 2018 staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast dat de goederen op deze factuur zijn besteld door het restaurant en door het Vleescentrum daar zijn afgeleverd. [gedaagde] is als eigenaar van dat restaurant gehouden deze factuur aan het Vleescentrum te betalen. Uit het door [gedaagde] overgelegde proces-verbaal van een schikking tussen hem en zijn voormalige zakenpartner [betrokkene] kan niet worden afgeleid dat deze factuur door [betrokkene] zou worden betaald. Als [gedaagde] vindt dat dit wel onderdeel was van de afspraak met [betrokkene], moet hij zelf het door hem betaalde bedrag voor deze factuur bij [betrokkene] terugvorderen. 3.
  9. Van de facturen uit 2022 betwist [gedaagde] niet dat hij deze bestellingen heeft gedaan en dat de goederen ook zijn geleverd, maar hij maakt alleen bezwaar tegen de gerekende prijzen omdat die volgens hem te hoog zijn. Door het Vleescentrum is uitgelegd hoe de prijsopbouw is geweest en zij heeft er op gewezen dat de prijzen aan [gedaagde] bekend waren of konden zijn op het moment dat de bestellingen werden geplaatst. Dit is door [gedaagde] niet voldoende weersproken. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] ook deze facturen moet betalen. 3.
  10. De gevorderde wettelijke handelsrente over de factuurbedragen kan worden toegewezen. 3.
  11. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over die kosten kunnen ook worden toegewezen. Deze kosten zijn in redelijkheid gemaakt omdat het Vleescentrum ondanks sommaties geen betaling ontving van [gedaagde]. 3.
  12. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van het Vleescentrum zal toewijzen. 3.
  13. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde wettelijke rente over deze kosten wordt toegewezen zoals hierna onder ‘de beslissing’ wordt vermeld. 3.
  14. Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. De rechtbank zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  15. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan het Vleescentrum van € 1.938,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de verschillende factuurbedragen telkens vanaf de vervaldatum van de respectievelijke facturen tot aan de dag van de gehele betaling; 4.
  16. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan het Vleescentrum van € 290,70 voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; 4.
  17. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van het Vleescentrum tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 110,39 griffierecht € 365,00 salaris gemachtigde € 398,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling; 4.
  18. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.
  19. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.