← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:4982

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10325310 \ WM VERZ 23-82 CJIB-nummer : 244410175 Uitspraakdatum : 31 maart 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. 1.
  4. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. 1.
  5. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
  6. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism geslotenverklaring (Bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer). 2.
  7. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. 2.
  8. Beoordeling van het verweer met betrekking tot de bevoegdheid van de verbalisant Naar het oordeel van de kantonrechter was de buitengewoon opsporingsambtenaar in dit geval bevoegd een boete op te leggen. Gelet op inmiddels vaste rechtspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren moet het begrip openbare orde in de zin van de Beleidsregels boa worden ingevuld aan de hand van wat daarover in een brief van 12 april 2011 van het College van procureurs-generaal staat vermeld, namelijk: “Het criterium openbare orde dient echter zo te worden verstaan, aldus het College, dat daaronder tevens valt het tegengaan van overlast, bijvoorbeeld door sluipverkeer, en het verbeteren van de leefbaarheid, bijvoorbeeld door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto's, de zogenaamde milieuzones.” Een buitengewoon opsporingsambtenaar mag dus een boete als hier aan de orde opleggen, als het gaat om handhaving ten aanzien van gedragingen die te maken hebben met de openbare orde. Daaronder vallen dus ook maatregelen die zijn genomen ter verbetering van de leefbaarheid. In dit geval bevat het dossier niet het verkeersbesluit van 29 januari 2002 waarbij de onderhavige geslotenverklaring is ingesteld. In het algemeen proces-verbaal van de gemeente Alkmaar van 6 april 2017 is echter opgenomen dat het doel van het instellen van de geslotenverklaring in de gemeente Alkmaar is het weren van niet-ontheffinghouders en daarmee de leefbaarheid in de stad verbeteren. De kantonrechter ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dat de geslotenverklaring met een ander doel zou zijn ingesteld, is niet gebleken. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat handhaving van de geslotenverklaring van de binnenstad in Alkmaar is gericht op het verbeteren van de leefbaarheid. 2.
  9. Beoordeling van het verweer met betrekking tot de waarschuwing De kantonrechter overweegt dat het verweer met betrekking tot de waarschuwingsbrief niet opgaat, omdat enkel in de eerste periode van de digitale handhaving door de gemeente dient te worden volstaan met het verzenden van een waarschuwingsbrief. Overtredingen van deze geslotenverklaring wordt sinds 2017 via een camera geregistreerd. Deze waarschuwingsperiode was op donderdag 26 augustus 2021 - de datum van de gedraging in onderhavige zaak - ruimschoots verstreken. 2.
  10. Beoordeling van het verweer met betrekking tot de omstandigheden van het geval De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “Het kan zijn dat er werkzaamheden waren. Er kan geen sprake zijn dat de omleiding door een geslotenverklaring gaat. Betrokkene kon via de Wortelsteeg haar weg vervolgen.” Zoals de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal heeft aangegeven was er voor betrokkene een mogelijkheid om de weg te vervolgen, zonder dat de geslotenverklaring genegeerd hoefde te worden. Het beroep wordt ongegrond verklaard. 2.
  11. Proceskosten De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  12. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juni 2018, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2018:5537.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.