RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9304318 \ CV EXPL 21-4373 Uitspraakdatum: 5 april 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht Flightright GMBH gevestigd te Hamburg (Duitsland) eiser hierna te noemen: Flightright gemachtigde: mr. H. Yildiz (Weiss Legal) tegen de besloten vennootschapKLM Cityhopper B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers, mr. J.I.J. van Pelt en mr. T. Holsbrink (Van Traa Advocaten N.V.) 1Het procesverloop 1.1. Flightright heeft bij dagvaarding van 16 juni 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. Flightright heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. Flightright vervolgens bij akte gereageerd op de producties die de vervoerder bij zijn laatste schriftelijke reactie heeft overgelegd. 2De feiten 2.1. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier op 10 augustus 2019 diende te vervoeren van Frankfurt, Duitsland, via Amsterdam-Schiphol naar Kristiansand, Noorwegen. 2.2. De vlucht van Frankfurt naar Amsterdam-Schiphol, met vluchtnummer KL1768 (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht en met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan Flightright. 2.4. Flightright heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.5. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.1. Flightright vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.2. Flightright heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00. 4Het verweer 4.1. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg is van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.2. De kantonrechter stelt eveneens vast dat Flightright per abuis in de gelegenheid is gesteld om bij akte te reageren op de producties die de vervoerder bij conclusie van dupliek in het geding heeft gebracht. De kantonrechter zal geen acht slaan op hetgeen Flightright bij akte naar voren heeft gebracht, voor zover het betoog van Flightright niet ziet op de door de vervoerder overgelegde producties. 5.3. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming te Kristiansand, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Dit artikel dient volgens het Hof restrictief te worden uitgelegd omdat het gaat om een afwijking van het beginsel dat passagiers recht hebben op compensatie (Wallentin-Hermann C-549/07). 5.4. De vervoerder voert aan dat de vlucht zou worden uitgevoerd door het toestel PH-EXO. Het toestel PH-EXO had op 10 augustus 2019 het volgende rotatieschema: Amsterdam-Schiphol naar Bazel (Zwitserland) met vluchtnummer KL1985; Bazel (Zwitserland) naar Amsterdam-Schiphol met vluchtnummer KL1986; Amsterdam-Schiphol naar Frankfurt met vluchtnummer KL1767; Frankfurt naar Amsterdam-Schiphol met vluchtnummer KL1768 (de kantonrechter begrijpt: de onderhavige vlucht). 5.5. Niet in geschil is dat vlucht KL1986 een vertrekvertraging had van 32 minuten wegens door de luchtverkeersleiding opgelegde ATC-beperkingen in de vorm van een “Calculated Take Off Time” (hierna: CTOT) en dat een CTOT een buitengewone omstandigheid kan vormen. In tegenstelling tot hetgeen Flightright heeft gesteld, is de achterliggende reden voor het uitvaardigen van een CTOT daarbij van ondergeschikt belang. Wanneer een vlucht een CTOT krijgt opgelegd, heeft deze vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Een CTOT moet immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Gesteld noch gebleken is dat de luchtverkeersleiding de CTOT heeft opgelegd door toedoen van de vervoerder. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vertraging van vlucht KL1986 van 32 minuten is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 5.6. De vraag die voorligt is in hoeverre bovengenoemde buitengewone omstandigheid doorwerkt naar (vlucht KL1767
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.