RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10289217 \ WM VERZ 23-30 CJIB-nummer : 248104213 Uitspraakdatum : 19 april 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach) 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 5 april
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. 1.
- De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De gedraging De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder met een bromfiets rijden terwijl de bromfiets de max constructie-snelheid overschrijdt met 10 t/m 15 km/h. 2.
- Het verweer tegen de opgelegde boete Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de identiteit is niet op adequate wijze vastgesteld. Daarnaast is de hoorplicht geschonden en dat dit moet leiden tot een matiging van 25 procent. Betrokkene doet daarnaast een beroep op zijn financiële omstandigheden (scholier) en vraagt om coulance. 2.
- Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de hoorplicht inderdaad is geschonden. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, maar niet tot matiging van 25 procent, zoals gemachtigde aangeeft. Voor het overige heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. 2.
- De beoordeling van het verweer met betrekking tot de schending van de hoorplicht De kantonrechter stelt vast dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. Betrokkene moet voor deze schending worden gecompenseerd. Onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden, zal de kantonrechter het bedrag van de administratieve sanctie matigen met 25 procent. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of de inleidende beschikking in stand kan blijven. 2.
- De beoordeling van de gedraging en het verweer dat de identiteit niet op de adequate wijze is vastgesteld De kantonrechter ziet in de wijze waarop de ambtenaar de identiteit van de bestuurder heeft vastgesteld geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene degene is geweest die is staande gehouden. De enkele niet onderbouwde stelling dat de gegeven antwoorden op de controlevragen bij meerdere personen in de directe omgeving van betrokkene bekend zijn, is daarvoor onvoldoende. De ambtenaar is niet verplicht om de identiteit van de bestuurder vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs, maar kan deze ook op andere wijze vaststellen. Dat is in dit geval gebeurd. Daarmee staat vast dat betrokkene degene is geweest die is staande gehouden en is de gedraging komen vast te staan. Het beroep wordt ongegrond verklaard. 2.
- De beoordeling van het beroep op de financiële omstandigheden De kantonrechter is van oordeel dat de door gemachtigde van betrokkene aangevoerde financiële omstandigheden niet nader zijn onderbouwd en ziet daarom geen reden om de boete te matigen. 2.
- Proceskosten Nu het bedrag van de boete wordt gematigd, wordt de betrokkene in het gelijkgesteld en komen de proceskosten voor de kantonfase voor vergoeding in aanmerking. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00). De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 105,00 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 418,50 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; ‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:
- Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:3336.