RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10289997 \ WM VERZ 23-71 CJIB-nummer : 246054806 Uitspraakdatum : 17 maart 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 7 maart
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant overgelegd, heeft meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene stelt dat er op de A10 bij hectometerpaal 3,5 geen verdrijvingsvlak is en de beschikking op basis van deze gegevens niet in stand kan blijven. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is onder andere het volgende vermeld: “…Tijdens het waarnemen van de overtreding reed ik in mijn persoonlijke (privé) auto….Er zitten dan ook geen stoptekens/blauwe flitsers of iets dergelijk op. Allen al hierdoor had ik dan ook geen mogelijkheid tot het staande houden. (…) De locatie van het incident staat in het proces verbaal bij de pleeglocatie. Dit is op de Coentunnelweg ter hoogte van hectometerpaal 3,5 Re gebeurt….”. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft naar aanleiding van het beroep op de kantonrechter de verbalisant nogmaals verzocht om een nadere toelichting. Dit aanvullend proces-verbaal van de verbalisant is ter zitting overgelegd en gehecht aan deze uitspraak. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaringen van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De locatie van de overtreding is geweest op de Coentunnelweg (A8) ter hoogte van hectometerpaal 3,5 rechts. De datum van de gedraging is 24 november
- Het is de kantonrechter, na het raadplegen van het openbaar toegankelijk topografisch materiaal van GoogleMaps, Street View, gebleken dat zich op deze locatie kort vóór (d.d. september 2021) en na (d.d. maart 2022) de gedraging inderdaad een verdrijvingsvlak bevond. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: