vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/340928 / KG ZA 23-303 Vonnis in kort geding van 17 juli 2023 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats], eiseres, advocaat mr. R.H. Bouwman te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats], gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend. 2.
- Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen. 2.
- In het vonnis van 21 juni 2023 is op vordering van eiseres aan gedaagde een gebiedsverbod opgelegd waarbij werd uitgegaan van het adres [adres 1] [plaats] als woonadres van eiseres. 2.
- Na de datum van dit vonnis heeft eiseres haar advocaat laten weten dat zij eerdergenoemd adres heeft opgezegd en thans verblijft op het adres [adres 2] [plaats]. Zij vordert thans een gebiedsverbod voor de omgeving van haar huidige verblijfplaats. 2.
- Dit gebiedsverbod kan worden toegewezen, zij het dat het verbod zal worden beperkt tot de hierna te vermelden periode. Voorts zal de voorzieningenrechter bepalen dat het toe te wijzen verbod in de plaats treedt van het eerder opgelegde straatverbod. 2.
- Omdat het geschil zijn oorsprong vindt in de affectieve relatie die tussen partijen heeft bestaan zullen de proceskosten worden gecompenseerd. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
- verbiedt gedaagde zich gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis te begeven naar en/of op te houden in een gebied dat begrensd wordt door de [straat 1] tot en met het [straat 2], tot en met de [straat 3] en begrensd door de [straat 4], een en ander zoals weergegeven op het aangehechte kaartje dat onderdeel uitmaakt van dit vonnis; 3.
- bepaalt dat het onder 3.2 opgelegde gebiedsverbod in de plaats treedt van het straat- c.q. gebiedsverbod zoals dat in r.o. 4.1 van het vonnis van 21 juni 2023 aan gedaagde is opgelegd; 3.
- veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 3.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier C. Vis-van Zanden op 17 juli
- type: 1155 coll: