← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:6855

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10350335 \ WM VERZ 23-144 CJIB-nummer : 250107938 Uitspraakdatum : 4 april 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 4 april
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. 1.
  4. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
  5. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen). 2.
  6. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat de pleeglocatie onjuist is. Tevens stelt betrokkene dat het gele verkeersbord ter plaatse, destijds aanwezig wegens werkzaamheden, hem vrijpleit omdat hij daardoor toestemming had om de doorgetrokken streep te overschrijden. Ter zitting stelt betrokkene aanvullend dat hij de situatie ter plaatse goed kon overzien en dat er geen tegenliggers kwamen. Ik had goed zicht en vrij baan, aldus betrokkene. 2.
  7. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “(…) Ik zag dat dit voertuig de doorgetrokken streep op de rijbaan overschreed. De weg betrof rijbanen in beide richtingen. Ik zag dat de betrokkene met vier wielen over de doorgetrokken streep reed. Het bord zoals benoemd in “foto3” in het verweer van betrokkene was ten tijde van de gedraging aanwezig. De pleeglocatie, -datum en -tijdstip zijn juist. De betrokkene had wel een andere mogelijkheid, namelijk wachten tot het overige verkeer was gepasseerd. Daarna had betrokkene zijn weg kunnen vervolgen zonder de doorgetrokken streep te overschrijden. Er heeft geen staandehouding plaatsgevonden en de verbalisant heeft geen foto’s van de gedraging kunnen maken, omdat het voertuig rijdend was….”. 2.
  8. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt zich ter zitting op het standpunt dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat hij in de veronderstelling was dat hij op basis van het destijds geplaatste bord de doorgetrokken streep mocht overschrijden. De verklaring van de verbalisant dat het bord er ten tijde van de gedraging stond en het betoog van betrokkene ter zitting maken dat betrokkene het voordeel van de twijfel zou moeten krijgen, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie. 2.
  9. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Het destijds geplaatste bord impliceert dat bestuurders op enig moment op de rijbaan van het tegemoetkomend verkeerd komen, zodat bestuurders op enig moment de doorgetrokken streep zouden moeten overschrijden. De kantonrechter bepaalt dat betrokkene het voordeel van de twijfel krijgt. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  10. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.