RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10350304 \ WM VERZ 23-141 CJIB-nummer : 254024546 Uitspraakdatum : 4 april 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] [gemachtigde] 1Het verloop van de procedure 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 4 april
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. 1.
- De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. 2.
- Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent niet dat hij de mobiele telefoon tijdens het rijden vasthield, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Ter zitting stelt betrokkene dat hij beroepschauffeur is, veel rijervaring heeft en zeer verantwoord rijd en zich zeer bewust is van zijn verantwoordelijkheid in het verkeer als vrachtwagenchauffeur. Betrokkene voert aan dat hij in een vervelende en zware persoonlijke situatie zat, een belangrijk bericht verwachtte en alleen heel even op zijn telefoon heeft gekeken. Ik heb op dat moment goed overwogen of het veilig was om even mijn telefoon te kijken, aldus betrokkene. 2.
- De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) het de bestuurder van een voertuig verboden is om tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler. De strekking van dit artikel is het bevorderen van de verkeersveiligheid. Dat betrokkene niet telefoneerde is daarbij dus niet van belang. De boete is dus terecht opgelegd. 2.
- De kantonrechter ziet in de ter zitting aangevoerde en voldoende aannemelijk gemaakte financiële situatie van betrokkene wel aanleiding om de boete te matigen. De boete zal worden gematigd tot € 100,
- 2.
- Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 100,00 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: